Expatax - VMB Advies

Home

Aangifte 2006

Over deze site

Laatste nieuws

Onze diensten

Tarieven

Contact

Diverse
onderwerpen

Nieuwsbrief

Belastingplan
2001

Gecertificeerd lid van het College van Belastingadviseurs

Buitengewone uitgaven

Bij de belastingherziening is gesneden in allerlei aftrekposten maar de zogenaamde buitengewone uitgaven (voorheen buitengewone lasten) zijn gelukkig blijven bestaan.

Kinderopvang, ziektekosten en studiekosten behoren tot de aftrekmogelijkheden in de categorie "buitengewone uitgaven". Aftrekbaar zijn deze uitgaven niet zonder meer. Alleen als ze een bepaalde "drempel" overschrijden, kunnen ze worden afgetrokken. Deze drempel kan hoog liggen. Daarvoor is het inkomen van belang.

2001

Kinderopvang

Wie een onzuiver inkomen heeft van f 40.000, kan de eerste f 3.237 van de kosten van kinderopvang niet aftrekken, wanneer het om opvang gaat van meer dan vijf uur per dag van één kind. Bij een onzuiver inkomen van f 60.000 ligt de drempel op f 6.738, bij f 100.000 op f 11.916 en boven de f 102.000 op f 12.564. Voor volgende kinderen en bij opvang van maximaal vijf uur per dag liggen de drempels op een ander niveau; ze zijn terug te vinden in de toelichting bij het belastingformulier.

In alle gevallen geldt dat de maximale aftrek f 10.476 per kind bedraagt. De aftrek is alleen mogelijk voor kinderen van 0 tot 12 jaar die bij een erkende organisatie van kinderopvang zijn ondergebracht. Bovendien moet een alleenstaande ouder een baan hebben waarmee zij of hij ten minste f 7.003 verdient; in geval van een echtpaar moeten beide partners werken en ieder minimaal dit bedrag verdienen. Onbelaste vergoedingen van de werkgever voor kinderopvang moeten in mindering worden gebracht op het bedrag dat bij de belasting wordt afgetrokken.

Scholingskosten

Scholingskosten kunnen in bepaalde gevallen als buitengewone uitgaven worden opgevoerd. Het mag dan niet gaan om een studie of een cursus die in verband met het huidige werk wordt gevolgd (deze zijn verrekend in de arbeidskorting). Scholingskosten die worden gemaakt om bijvoorbeeld een nieuw vak te leren, kunnen soms wel als buitengewone uitgave worden opgevoerd. Daarbij zijn scholingskosten die al via de studiefinanciering worden vergoed niet aftrekbaar. En er is een drempel: 2 procent van het onzuivere inkomen met een maximum van 800 gulden. Alleen voorzover studiekosten boven dit bedrag uitkomen, zijn ze dus aftrekbaar. Tot de aftrekbare kosten worden gerekend: les- en cursusgelden, studieboeken en -materiaal, scriptiekosten, examengeld, promotiekosten, reiskosten, studiereizen en de afschrijving van apparatuur.

Ziektekosten

De kosten ten gevolge van ziekte, invaliditeit, bevalling, adoptie en overlijden kunnen als buitengewone uitgave aftrekbaar zijn, mits ze een bepaalde drempel overschrijden. Die drempel ligt bij een onzuiver inkomen van maximaal f 23.467 op f 2.863; bij een onzuiver inkomen van f 23.468 tot en met f 97.721 op 12,2 procent van het onzuivere inkomen; bij een hoger onzuiver inkomen op f 11.922.

Voorzover de kosten al via een ziektekostenverzekering, het ziekenfonds of de AWBZ zijn of worden vergoed, komen ze niet voor aftrek in aanmerking. Het zal dus niet snel gebeuren dat ziektekosten als buitengewone uitgave kunnen worden opgevoerd, maar bijvoorbeeld bij geboorte of overlijden kan het wel voorkomen.
De lijst van posten die in theorie als aftrek gelden is groot. Zoals: huisarts, tandarts, specialist, ziekenhuis, brillen, contactlenzen, rolstoelen, krukken, ziektekostenpremies, ambulancevervoer, reiskosten in verband met ziekenbezoek, voorgeschreven medicijnen, verbandmiddelen, een deel van de kosten in een verzorgingshuis, verpleeghuis of internaat, bevalling, kraamhulp, de kraamkliniek, dieet op doktersvoorschrift en (voor de erfgenamen) begrafenis- en crematiekosten. Voor 65-plussers geldt echter nog de ouderdomsaftrek (€ 708) en voor arbeidsongeschikten de arbeidsongeschiktheidsaftrek (€ 708). Deze extra aftrekken kunnen al leiden tot de mogelijkheid om buitengewone uitgaven in mindering te brengen op het belastbaar inkomen.

2002 (Zie ook bij laatste nieuws, cijfers 2002)

Drempels buitengewone uitgaven

De kosten voor ziekte, invaliditeit en dergelijke komen voor aftrek in aanmerking voor zover zij meer bedragen dan een bepaalde drempel. Het gaat dan om kosten van belastingplichtige zelf, zijn fiscale partner en zijn kinderen jonger dan 27 jaar. Daarnaast is met ingang van 2002 een aftrekmogelijkheid in het leven geroepen voor de ziektekosten van tot het huishouden van belastingplichtige behorende ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder en van tot zijn huishouding behorende zorgafhankelijke ouders, broers of zusters. Of er sprake is van ernstig gehandicapt en van zorgafhankelijk zal bij AMvB worden vastgesteld.

De drempels zijn als volgt voor 2002:

verzamelinkomen van

verzamelinkomen tot

drempel

-

€   6.411

€    718

€   6.411

€ 49.946

11,2% van het verzamelinkomen

€ 49.946 of meer

-

€ 5.594

De drempels zijn als volgt voor 2001:

verzamelinkomen van

verzamelinkomen tot

drempel

-

€   6.215

€    696

€   6.215

€ 48.437

11,2% van het verzamelinkomen

€ 48.437 of meer

-

€ 5.425

Als de belastingplichtige het hele jaar een partner heeft gehad, moeten de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner worden samengevoegd.

Voor situaties waarin meerdere jaren achtereen sprake is van aftrek buitengewone uitgaven gelden met ingang van 2002 voor de aftrek van buitengewone uitgaven vermenigvuldigingsfactoren voor inkomens tot het einde van de tweede tariefschijf. In het tweede achtereenvolgende jaar waarin sprake is van aftrek wordt deze met een kwart verhoogd. In het derde achtereenvolgende jaar en verder wordt de aftrek met de helft verhoogd.

Kleding en beddengoed

Het bedrag voor extra uitgaven voor kleding en beddengoed die als uitgaven ter zake van ziekte en invaliditeit worden aangemerkt, bedraagt € 300 (€ 295). Indien wordt aangetoond dat deze extra uitgaven meer bedragen dan € 600 (€ 590) wordt het bedrag van € 300 (€ 295) verhoogd tot € 750 (€ 737).

Reiskosten ziekenbezoek

Het bedrag voor uitgaven ter zake van reizen in verband met het regelmatig bezoeken van wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand verpleegde personen met wie de bezoeker bij de aanvang van de ziekte of invaliditeit een gezamenlijke huishouding voerde, is gesteld op € 0,17 (€ 0,16). Voorwaarde is dat de enkele reisafstand meer is dan 10 kilometer.

Uitgaven wegens arbeidsongeschiktheid of chronische ziekte

Deze uitgaven worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige die hiervoor in aanmerking komt, bij het begin van het kalender jaar jonger is dan 65 jaar. Het in aanmerking te nemen bedrag wordt gesteld op € 730 (€ 708).

Uitgaven wegens ouderdom

Uitgaven ter zake van ouderdom worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar 65 jaar of ouder is. Het in aanmerking te nemen bedrag is gesteld € 730 (€ 708).

Uitgaven wegens chronische ziekte van kinderen

Ouders/verzorgers van chronisch zieke kinderen kunnen in aanmerking komen voor een vaste extra aftrek van € 730 (€ 708). Voorwaarde is dat 1/3 van de buitengewone uitgaven, die in de afgelopen twee jaar als zodanig zijn opgevoerd, betrekking heeft op een of meer chronisch zieke kinderen, die bij het begin van het kalenderjaar jonger zijn dan 27 jaar. Als belastingplichtige een deel van het jaar een fiscale partner heeft en niet heeft gekozen voor het gehele jaar fiscaal partnerschap dan wordt het in aanmerking te nemen wettelijk bedrag gesteld op de helft als beiden uitgaven wegens chronische ziekte van een kind in aanmerking nemen.

Uitgaven wegens ziekte; dieetkostenregeling

De drempel voor aftrek van dieetkosten is met terugwerkende kracht naar 2001 verlaagd van € 340 naar € 113. Hierdoor wordt bij meer diëten aftrek mogelijk.

Aftrek levensonderhoud voor kinderen

Uitgaven voor kosten van levensonderhoud voor kinderen jonger dan 30 jaar zijn aftrekbaar als voor het kind geen recht bestaat op kinderbijslag ingevolge de AKW en het kind geen recht heeft op studiefinanciering of een met AKW of studiefinanciering vergelijkbare regeling. Als de kosten in belangrijke mate drukken op de belastingplichtige, komen deze voor aftrek in aanmerking tot een bedrag van:

a. € 260 per kalenderkwartaal indien het kind jonger is dan 6 jaar;

b. € 315 per kalenderkwartaal indien het kind 6 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar is;

c. € 399 per kalenderkwartaal indien het kind 12 jaar of ouder, maar jonger dan 18 jaar is;

d. € 315 per kalenderkwartaal indien het kind 18 jaar of ouder is.

De kosten van het onderhoud van een kind worden geacht in belangrijke mate op de belastingplichtige te drukken, indien de op de belastingplichtige drukkende bijdrage in de kosten van het onderhoud van het kind ten minste € 373 (€ 359) per kwartaal beloopt.

Het bedrag vermeld onder d. wordt verhoogd tot € 630 indien de kosten van het levensonderhoud grotendeels (voor meer dan 50%) op de belastingplichtige drukken en de kosten van de belastingplichtige voor het kind tenminste € 630 bedroegen.

Indien het kind niet tot het huishouden van de belastingplichtige behoort, wordt het bedrag onder d. vermeld verhoogd tot € 945 indien deze kosten geheel (100%) of nagenoeg geheel (90% of meer) op de belastingplichtige drukken en de kosten van belastingplichtige voor het kind tenminste € 945 bedroegen.

Als belastingplichtige het gehele jaar een fiscale partner heeft of een deel van het jaar een partner heeft maar wel kiest voor het gehele jaar fiscaal partnerschap en beiden doen uitgaven voor levensonderhoud voor een kind jonger dan 30 jaar worden deze uitgaven samengevoegd. Als belastingplichtige een deel van het jaar een fiscale partner heeft en niet heeft gekozen voor het gehele jaar fiscaal partnerschap dan wordt het in aanmerking te nemen wettelijk bedrag gesteld op de helft als beiden uitgaven voor levensonderhoud van een kind in aanmerking nemen.

Er bestaat geen aanspraak op aftrek uitgaven levensonderhoud als het recht op kinderbijslag is uitgesloten op grond van de Wet beperking export uitkeringen die op 1 januari 2000 in werking is getreden.

Weekenduitgaven gehandicapte kinderen

Voor de extra uitgaven voor de verzorging thuis van doorgaans in een inrichting verblijvende ernstig gehandicapte kinderen van 30 jaar en ouder geldt de volgende aftrek:

€ 8 per dag van verzorging van het kind door de belastingplichtige;

€ 0,17 (€ 0,16) per kilometer voor het vervoer van het kind per auto door de belastingplichtige over de reisafstand tussen de plaats waar het kind doorgaans verblijft en de plaats waar de belastingplichtige doorgaans verblijft. Als belastingplichtige een deel van het jaar een fiscale partner heeft en niet heeft gekozen voor het gehele jaar fiscaal partnerschap dan wordt het in aanmerking te nemen wettelijk bedrag gesteld op de helft als beiden weekenduitgaven gehandicapte kinderen in aanmerking nemen.

Scholingsuitgaven

Scholingsuitgaven zijn uitgaven voor het door belastingplichtige zelf volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Voor de uitgaven geldt een drempel van € 500 en een maximum van € 15.000. Als belastingplichtige recht heeft op aftrek van de vaste bedragen in het kader van de wet studiefinanciering wordt het maximum daarmee verhoogd. Dit zijn dezelfde bedragen als in 2001.