|
Expatax - VMB Advies |
|||||||||||||||||||||||||
|
|
Buitengewone
uitgaven Kinderopvang Scholingskosten Ziektekosten 2002 (Zie ook bij laatste nieuws, cijfers 2002) Drempels buitengewone uitgavenDe
kosten voor ziekte, invaliditeit en dergelijke komen voor aftrek in
aanmerking voor zover zij meer bedragen dan een bepaalde drempel.
Het gaat dan om kosten van belastingplichtige zelf, zijn fiscale partner
en zijn kinderen jonger dan 27 jaar. Daarnaast is met ingang van 2002
een aftrekmogelijkheid in het leven geroepen voor de ziektekosten
van tot het huishouden van belastingplichtige behorende ernstig gehandicapte
personen van 27 jaar of ouder en van tot zijn huishouding behorende
zorgafhankelijke ouders, broers of zusters. Of er sprake is van ernstig
gehandicapt en van zorgafhankelijk zal bij AMvB worden vastgesteld. De
drempels zijn als volgt voor 2002:
De
drempels zijn als volgt voor 2001:
Als
de belastingplichtige het hele jaar een partner heeft gehad, moeten
de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner worden
samengevoegd. Voor
situaties waarin meerdere jaren achtereen sprake is van aftrek buitengewone
uitgaven gelden met ingang van 2002 voor de aftrek van buitengewone
uitgaven vermenigvuldigingsfactoren voor inkomens tot het einde van
de tweede tariefschijf. In het tweede achtereenvolgende jaar waarin
sprake is van aftrek wordt deze met een kwart verhoogd. In het derde
achtereenvolgende jaar en verder wordt de aftrek met de helft verhoogd. Kleding en beddengoedHet
bedrag voor extra uitgaven voor kleding en beddengoed die als uitgaven
ter zake van ziekte en invaliditeit worden aangemerkt, bedraagt
300 ( 295). Indien wordt aangetoond dat deze extra uitgaven
meer bedragen dan 600 ( 590) wordt het bedrag van
300 ( 295) verhoogd tot 750 ( 737). Reiskosten ziekenbezoekHet
bedrag voor uitgaven ter zake van reizen in verband met het regelmatig
bezoeken van wegens ziekte of invaliditeit langer dan een maand verpleegde
personen met wie de bezoeker bij de aanvang van de ziekte of invaliditeit
een gezamenlijke huishouding voerde, is gesteld op 0,17 (
0,16). Voorwaarde is dat de enkele reisafstand meer is dan 10 kilometer. Uitgaven wegens arbeidsongeschiktheid of chronische ziekteDeze
uitgaven worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige
die hiervoor in aanmerking komt, bij het begin van het kalender jaar
jonger is dan 65 jaar. Het in aanmerking te nemen bedrag wordt gesteld
op 730 ( 708). Uitgaven wegens ouderdomUitgaven
ter zake van ouderdom worden in aanmerking genomen indien de belastingplichtige
bij het begin van het kalenderjaar 65 jaar of ouder is. Het in aanmerking
te nemen bedrag is gesteld 730 Uitgaven wegens chronische ziekte van kinderenOuders/verzorgers
van chronisch zieke kinderen kunnen in aanmerking komen voor een vaste
extra aftrek van 730 ( 708). Voorwaarde is dat 1/3 van
de buitengewone uitgaven, die in de afgelopen twee jaar als zodanig
zijn opgevoerd, betrekking heeft op een of meer chronisch zieke kinderen,
die bij het begin van het kalenderjaar jonger zijn dan 27 jaar. Als
belastingplichtige een deel van het jaar een fiscale partner heeft
en niet heeft gekozen voor het gehele jaar fiscaal partnerschap
dan wordt het in aanmerking te nemen wettelijk bedrag gesteld op de
helft als beiden uitgaven wegens chronische ziekte van een kind in
aanmerking nemen. Uitgaven wegens ziekte; dieetkostenregelingDe
drempel voor aftrek van dieetkosten is met terugwerkende kracht naar
2001 verlaagd van 340 naar 113. Hierdoor wordt bij meer
diëten aftrek mogelijk. Aftrek levensonderhoud voor kinderenUitgaven
voor kosten van levensonderhoud voor kinderen jonger dan 30 jaar zijn
aftrekbaar als voor het kind geen recht bestaat op kinderbijslag ingevolge
de AKW en het kind geen recht heeft op studiefinanciering of een met
AKW of studiefinanciering vergelijkbare regeling. Als de kosten in
belangrijke mate drukken op de belastingplichtige, komen deze voor
aftrek in aanmerking tot een bedrag van: a.
260 per kalenderkwartaal indien het kind jonger is dan 6 jaar; b.
315 per kalenderkwartaal indien het kind 6 jaar of ouder, maar
jonger dan 12 jaar is; c.
399 per kalenderkwartaal indien het kind 12 jaar of ouder,
maar jonger dan 18 jaar is; d.
315 per kalenderkwartaal indien het kind 18 jaar of ouder is. De
kosten van het onderhoud van een kind worden geacht in belangrijke
mate op de belastingplichtige te drukken, indien de op de belastingplichtige
drukkende bijdrage in de kosten van het onderhoud van het kind ten
minste 373 ( 359) per kwartaal beloopt. Het
bedrag vermeld onder d. wordt verhoogd tot 630 indien de kosten
van het levensonderhoud grotendeels (voor meer dan 50%) op de belastingplichtige
drukken en de kosten van de belastingplichtige voor het kind tenminste
630 bedroegen. Indien
het kind niet tot het huishouden van de belastingplichtige behoort,
wordt het bedrag onder d. vermeld verhoogd tot 945 indien deze
kosten geheel (100%) of nagenoeg geheel (90% of meer) op de belastingplichtige
drukken en de kosten van belastingplichtige voor het kind tenminste
945 bedroegen. Als
belastingplichtige het gehele jaar een fiscale partner heeft of een
deel van het jaar een partner heeft maar wel kiest voor het gehele
jaar fiscaal partnerschap en beiden doen uitgaven voor levensonderhoud
voor een kind jonger dan 30 jaar worden deze uitgaven samengevoegd.
Als belastingplichtige een deel van het jaar een fiscale partner heeft
en niet heeft gekozen voor het gehele jaar fiscaal partnerschap
dan wordt het in aanmerking te nemen wettelijk bedrag gesteld op de
helft als beiden uitgaven voor levensonderhoud van een kind in aanmerking
nemen. Er
bestaat geen aanspraak op aftrek uitgaven levensonderhoud als het
recht op kinderbijslag is uitgesloten op grond van de Wet beperking
export uitkeringen die op 1 januari 2000 in werking is getreden. Weekenduitgaven gehandicapte kinderenVoor
de extra uitgaven voor de verzorging thuis van doorgaans in een inrichting
verblijvende ernstig gehandicapte kinderen van 30 jaar en ouder geldt
de volgende aftrek:
8 per dag van verzorging van het kind door de belastingplichtige;
0,17 ( 0,16) per kilometer voor het vervoer van het kind per
auto door de belastingplichtige over de reisafstand tussen de plaats
waar het kind doorgaans verblijft en de plaats waar de belastingplichtige
doorgaans verblijft. Als belastingplichtige een deel van het jaar
een fiscale partner heeft en niet heeft gekozen voor het gehele
jaar fiscaal partnerschap dan wordt het in aanmerking te nemen wettelijk
bedrag gesteld op de helft als beiden weekenduitgaven gehandicapte
kinderen in aanmerking nemen. ScholingsuitgavenScholingsuitgaven
zijn uitgaven voor het door belastingplichtige zelf volgen van een
opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk
en woning. Voor de uitgaven geldt een drempel van 500 en een
maximum van 15.000. Als belastingplichtige recht heeft op aftrek
van de vaste bedragen in het kader van de wet studiefinanciering wordt
het maximum daarmee verhoogd. Dit zijn dezelfde bedragen als in 2001. |
||||||||||||||||||||||||