Expatax - VMB Advies

Home

Aangifte 2006

Over deze site

Laatste nieuws

Onze diensten

Tarieven

Contact

Diverse
onderwerpen

Nieuwsbrief

Belastingplan
2001

Gecertificeerd lid van het College van Belastingadviseurs

Diverse onderwerpen

T-biljet aanvragen

Verzoek voorlopige teruggaaf aanvragen

Welke risico's loopt u als ondernemer bij een belastingcontrole?

Fiets van de werkgever

Voorwaarden lening aan startende onderneming

Verstrekking aan werknemers: pc en werkkamer

Verlofspaarregelingen

Verplichte ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen

Werknemersspaarregelingen

Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen

Verklaring arbeidsrelatie

Buitengewone uitgaven in de aangifte 2001 en 2002

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Verlofspaarregelingen

Volgens de nieuwe verlofspaarregeling mag een werknemer onder voorwaarden in een jaar maximaal 10% van het bruto loon van dat jaar sparen of het daarmee overeenkomend aantal verlofuren. Het totaal op te sparen verlofspaargeld bedraagt maximaal de geldswaarde van een jaar verlof (tegen het huidige salaris). Bij het sparen van verlofuren mag maximaal 12 maanden verlof opgebouwd worden. Verlofspaargeld wordt net als pensioen belast: niet de aanspraken (opgebouwde rechten) worden belast maar de latere uitkeringen. Op de uitbetalingen van de verlofspaarregeling is het progressieve tarief van box I van toepassing.

De staatssecretaris heeft enige kamervragen over de verlofspaarregeling beantwoord. Hij heeft daarbij aangegeven dat werkgever en werknemer de verlofspaargelden in beginsel buiten hun beschikkingsmacht moeten brengen, bijvoorbeeld op een geblokkeerde rekening bij een bank of bij een CAO ingesteld fonds.

Voorts kan een wisseling van dienstbetrekking onder omstandigheden zonder fiscale gevolgen blijven. Dit is bijvoorbeeld het geval als de werknemer zijn opgespaarde verlofspaargelden of verlofdagen in de verlofspaarregeling van de nieuwe werkgever inbrengt. Hierbij geldt natuurlijk wel als voorwaarde dat de verlofspaarregeling van de nieuwe werkgever de inbreng toestaat. Kiest de werknemer ervoor om de opgebouwde rechten bij het einde van de dienstbetrekking uit te keren, dan wordt het verlofspaargeld of de in geld omgerekende verlofdagen (bij aanvankelijk tijd-voor-tijd-sparen) als loon belast.

Als een werknemer het maximum aan verlofspaargeld heeft gespaard, is verdere opbouw niet mogelijk. Wel kan het verlofspaargeld verder oprenten en blijft de werknemer de vrijheid houden om het tijdstip te bepalen waarop hij het verlof wenst op te nemen. Ook kan het voorkomen dat als de oprenting meer bedraagt dan de loonstijging van de werknemer, hij uiteindelijk meer dan de geldswaarde van één jaar verlof kan sparen.

Verlofspaarregelingen die op het moment van inwerkingtreding van de wet Belastingplan 2000 voldoen aan de voorwaarden voor bestaande verlofspaarregelingen worden tot 1 januari 2007 geëerbiedigd.

BD21300_.GIF (887 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  
Verplichte ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen

M.i.v. 1 januari 2000 geldt er een wettelijke ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen die tevens verzekerd zijn ingevolge de WAZ. De verplichte verzekering geldt niet voor de beroepsbeoefenaren, de meewerkende echtgenoten en de directeuren-grootaandeelhouders. Verplicht verzekerd is de zelfstandige van wie het gemiddelde belastbare inkomen over 1996, 1997 en 1998 lager was dan f 41.200,-.

Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarbij het gemiddelde belastbare inkomen zich anders laat vaststellen. Voor 2000 bedraagt de premie 8,1% van het belastbare inkomen. Naast de procentuele premie betaalt de zelfstandige een nominale premie aan de ziekenfondsverzekeraar.

BD21300_.GIF (887 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen

M.i.v. 1 januari 1998 geldt de WAZ voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaars en directeuren-grootaandeelhouders (incl. echtgenoten). Op grond van deze wet zijn zij verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. De uitkering bedraagt echter maximaal 70% van het minimumloon.

Voor 2000 bedraagt de premie 8,80% (1999: 8,42%) van de winst van de zelfstandigen of de zuivere inkomsten uit buiten dienstbetrekking verrichte tegenwoordige arbeid van de beroepsbeoefenaar en de meewerkende (verdienende) echtgenoot. Er geldt een franchise van f 29.000,- en een maximale premiegrens van f 84.000,-. Voorts wordt de directeur-grootaandeelhouder geacht van zijn BV jaarlijks een bedrag van f 84.000,- te hebben genoten (tegenbewijs is mogelijk). De betaalde premie WAZ is een aftrekpost voor de inkomstenbelasting.

Als u ook nog een particuliere verzekering heeft lopen, kan het zijn dat u dubbel verzekerd bent. Alleen als uw particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering rekening houdt met de WAZ, is dat niet het geval. Het loont de moeite om de polisvoorwaarden eens na te lopen.

BD21300_.GIF (887 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  
Verstrekking aan werknemers: pc en werkkamer

Wilt u uw werknemers fiscaalvriendelijk belonen met een extraatje? Denk dan eens aan de belastingvrije vergoeding voor telewerken of een eigen PC. Bijkomend voordeel voor u is een fiscale aftrekpost.

Thuiswerkende werknemers kunt u stimuleren met een onbelaste vergoeding voor het inrichten van een werkkamer thuis. De vergoeding bedraagt maximaal f 4.000,- voor een periode van vijf jaar. U moet dan wel contractueel vastleggen, dat de werknemer ten minste één dag per week thuis werkt. Verder moet de nieuwe werkkamer voldoen aan een aantal Arbo-eisen. Wilt u uw werknemers verrassen met een PC, dan kunt u eens in de drie jaar maximaal f 5.000,- vergoeden. Voorwaarde is wel, dat de werknemer de PC ook voor zijn werk gebruikt.

BD21300_.GIF (887 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   
Fiets van de werkgever

Om het woon-werkverkeer per fiets te bevorderen zijn er reeds in 1996 enkele maatregelen getroffen om de zogenaamde fiets van de zaak fiscaal aantrekkelijk te maken.

Voor het woon-werkverkeer kan de werkgever de werknemer een fiets ter beschikking stellen waarbij de fiets eigendom blijft van de werkgever of de fiets kan worden geschonken aan de werknemer. De werkgever moet aannemelijk kunnen maken dat de fiets voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Dit is aannemelijk als de werknemer minder dan 15 km van zijn werk woont. Tevens dient de werknemer voor meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen in het kader van woon-werkverkeer gebruik te maken van de fiets. Hoe dit dient te worden gecontroleerd wordt niet aangegeven door de belastingdienst. Op de overige dagen mag gebruik worden gemaakt van een ander vervoermiddel. Onder fiets wordt tevens verstaan een fiets die mede is voorzien van een elektrische aandrijving of traphulp zoals bijvoorbeeld een Spartamet.

Ter beschikking stellen

Stelt u de fiets ter beschikking dan wordt er niets belast. Voorwaarde is dat er hoogstens eenmaal in de drie jaar een fiets ter beschikking wordt gesteld. Per 1 januari 2002 is bepaald dat er geen maximum catalogusprijs meer geldt (voorheen was het maximum f 1.650 inclusief BTW). Voor de dagen dat niet met van de fiets gebruik wordt gemaakt mag de werkgever aan werknemer een reiskostenvergoeding geven of op een andere manier voorzien in het vervoer.

Schenken

Geeft u de fiets cadeau aan de werknemer dan wordt bij het loon van de werknemer slechts f 150 bijgeteld waarover loonbelasting moet worden betaald. Voorwaarde is dat de schenking hoogstens eenmaal in de drie jaar plaatsvindt. Per 1 januari 2002 is bepaald dat er geen maximum catalogusprijs meer geldt (voorheen was het maximum f 1.650 inclusief BTW). Het is daarnaast tevens mogelijk de werknemer over het hele jaar een reiskostenvergoeding te verstrekken.

Op de bijtelling kan een eventuele eigen bijdrage van de werknemer in mindering worden gebracht. Deze bijdrage kan plaatsvinden vanuit het loon of door het inleveren van nog op te bouwen vakantiedagen. Het inleveren van vakantiedagen kan niet bij elke CAO.

Verstrekken overige zaken

Verder kan de werkgever belastingvrij de volgende zaken verstrekken:

  • de fietsverzekering

  • bijkomende zaken (onderhoud, accessoires, regenkleding, etc.) tot een bedrag van (per drie jaar) f 550.

Als voorwaarde geldt dat deze zaken dienstbaar zijn aan het woon-werkverkeer. De genoemde zaken kunnen zowel worden verstrekt indien een fiets wordt geschonken als wanneer de fiets ter beschikking wordt gesteld.

Overige bepalingen voor de werkgever

Bij aanschaf van fietsen tot f 1.000 kan de aanschafprijs in één keer worden afgetrokken van de winst. Fietsen met een hogere cataloguswaarde kunnen alleen gespreid over drie jaar worden afgeschreven. Over de aanschaf wordt geen investeringsaftrek verleend omdat de fietsen hoofdzakelijk ter beschikking worden gesteld aan derden.

De fiets moet door de werkgever worden aangeschaft. De regeling geldt namelijk niet als de werknemer de fiets koopt en de werkgever hem daarvoor een vergoeding geeft.

De betaalde BTW is aftrekbaar als voorbelasting met als aanvullende voorwaarde dat niet voor 50% of meer van de werkdagen, wordt voorzien in een vergoeding of ander vervoer dan het vervoer per fiets.

Conclusie

De fiscale voordelen zijn bedoeld als stimulans voor werknemers om per fiets naar het werk te gaan. Hiervoor gelden wel enkele voorwaarden. Wordt niet aan deze voorwaarden voldaan dan wordt de cataloguswaarde van de fiets geheel tot het loon gerekend en dient hierover loonbelasting te worden betaald.

 BD21300_.GIF (887 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   
Werknemersspaarregelingen

De werknemersspaarregelingen bieden werkgevers en werknemers de mogelijkheid een deel van de arbeidsvoorwaarden fiscaal vriendelijk te verpakken. Door het toepassen van een werknemersspaarregeling is het mogelijk dat de werknemer binnen dezelfde brutoloonsom een hoger nettoloon geniet. Als voorwaarden gelden dat minimaal 75% van de werknemers kunnen deelnemen aan de spaarregeling en dat de spaartegoeden bij alle regelingen minimaal vier jaar zijn geblokkeerd. Tot 1 januari 2001 golden er een aparte rente- en dividendvrijstelling voor de rente respectievelijk dividend die waren opgekomen uit de spaarregeling. Deze zijn komen te vervallen. In plaats daarvan worden de gezamenlijke bedragen op werknemersspaarrekeningen tot een bedrag van ongeveer f 37.000 niet meegeteld bij de bezittingen voor de vermogensrendementsheffing in box III.

Premiespaarregeling

De inhoudingsplichtige en de werknemers spreken af dat de inhoudingsplichtige een bedrag inhoudt van het nettoloon van de werknemers, welk bedrag wordt gestort op een geblokkeerde spaarrekening van de werknemers. De inhoudingsplichtige kent daarnaast een spaarpremie toe tot maximaal 100% van het door de werknemer gespaarde bedrag. De maximale spaarpremie bedraagt f 1.158. Dit is hetzelfde bedrag als in 2000. Bij de belastingherziening is besloten de bedragen te bevriezen op die van 2000. De werkgever betaalt bovendien een zogenaamde lumpsumheffing van 15%. Deze is niet te verhalen op de werknemer.

Spaarloonregeling

De inhoudingsplichtige en de werknemers spreken af dat de inhoudingsplichtige periodiek een bedrag inhoudt van het brutoloon van de werknemers, welk bedrag wordt gestort op een geblokkeerde spaarrekening van die werknemers. Het ingehouden spaarloon behoort niet tot het loon, voor zover dit spaarloon niet meer bedraagt dan f 1.736. Voor de werkgever geldt ook hier een zogenaamde lumpsumheffing van 15%.

Winstdelingsregeling

De inhoudingsplichtige en de werknemers spreken af dat de werknemers recht krijgen op een aandeel in de winst van de onderneming van de inhoudingsplichtige. Het bedrag dat de werknemers als winstaandeel ontvangen is afhankelijk van de jaarlijkse ondernemingswinst en van de overeengekomen winstdelingsregeling. Ook voor deze regeling geldt een vrijstelling tot f 1.736. Indien de winstdeling elk jaar wordt uitgekeerd aan de werknemer, dus ongeblokkeerd, dan kan de inhoudingsplichtige besluiten om over het winstaandeel zelf 15% loonbelasting af te dragen (lumpsumheffing) of de 15%-heffing in te houden op het bedrag van de uitkering, waardoor de werknemer uiteindelijk de loonbelasting betaalt. Indien het winstaandeel wordt gestort op een geblokkeerde rekening dan is er feitelijk sprake van spaarloon. Dat betekent dat de winstdeling dan altijd belast wordt met een lumpsumheffing van 15% die betaald dient te worden door de inhoudingsplichtige.

De verschillende spaarregelingen mogen naast elkaar worden toegepast. De spaarloonregeling en de winstdelingsregeling kennen echter tezamen een maximumbedrag van f 1.736. In het gunstigste geval kan de inhoudingsplichtige derhalve een bedrag van f 2.894 netto per kalenderjaar aan zijn werknemers doen toekomen.

Er bestaan mogelijkheden om het geblokkeerde spaartegoed binnen de termijn van vier jaar te deblokkeren. Het spaartegoed kan worden gedeblokkeerd bij aankoop van een eigen woning, aankoop van effecten, premiebetaling lijfrenteverzekering, vrijwillige pensioenpremiebetaling en bij het overlijden van de werknemer. Per 1 januari zijn hierbij nog bijgekomen de kosten van studie, verlofsparen en het starten van een eigen onderneming.

De staatssecretaris van Financiën heeft in zijn besluit van 13 januari 2000 aangegeven dat de werkgever moet kunnen aantonen dat het geblokkeerde spaartegoed voor een toegestaan doel is benut. Als de werknemer bijvoorbeeld het geblokkeerde spaarloon binnen de vier jaar wil gebruiken voor de aanschaf van een eigen woning, doet de werkgever er dus verstandig aan daar bewijzen van te vragen. Doet hij dat niet, dan kan hij bij een belastingcontrole in de problemen komen. Want als hij dan niet kan aantonen dat het geld voor een toegestaan doel is benut, wordt ervan uitgegaan dat dit niet het geval is en dan moet hij achteraf alsnog loonbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen betalen.

Conclusie

Als gevolg van het Belastingplan 2001 worden de bedrijfsspaarregelingen aanmerkelijk gewijzigd. Enerzijds worden de mogelijkheden tot deblokkering van het gespaarde saldo uitgebreid, anderzijds worden de maximale vrijstellingen niet meer jaarlijks verhoogd en dient de inhoudingsplichtige ook over de spaarpremie 15% lumpsumheffing te gaan betalen. In het kader hiervan wordt ook de lumpsumheffing over spaarloon verhoogd naar 15%. Voor de inhoudingsplichtige worden de spaarregelingen derhalve duurder, met name de premiespaarregeling.

BD21300_.GIF (887 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Voorwaarden lening aan startende onderneming


Voor een lening aan een startende ondernemer (een belegging in durfkapitaal, voorheen de Tante Agaath-regeling) bestaat onder voorwaarden recht op enkele fiscale faciliteiten. Wat zijn de fiscale voordelen en wat zijn de voorwaarden?

De geldschieter heeft onder meer recht op een vrijstelling in de vermogensrendementsheffing (box 3) van 103.539 gulden (46.984 euro). Dit vrijstellingsbedrag geldt per belastingplichtige.

Bovendien heeft de geldverstrekker recht op een aftrek van een verlies dat hij lijdt op een geldlening aan een startende ondernemer. Een verlies is onder voorwaarden tot maximaal 103.539 gulden aftrekbaar. Deze verliesaftrek geldt per belastingplichtige per startende ondernemer.

Ook heeft de geldverstrekker recht op een heffingskorting voor beleggingen in durfkapitaal. Deze korting op de te betalen inkomstenbelasting bedraagt 1,3 procent van het bedrag van de beleggingen (geldleningen aan startende ondernemers) waarvoor een vrijstelling bestaat in de vermogensrendementsheffing.

Voorwaarden

Op 13 maart heeft de staatssecretaris een nieuw besluit gepubliceerd waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over de voorwaarden.

De geldlening moet binnen de startende onderneming actief worden aangewend en mag niet worden gestort op een deposito. De lening moet minimaal 5.000 gulden bedragen.

  • De fiscale faciliteiten zijn alleen van toepassing als de startende ondernemer daarmee vermogensbestanddelen (bedrijfsmiddelen) koopt die behoren tot zijn 'verplichte ondernemingsvermogen'. Bedrijfsmiddelen die hij onder omstandigheden ook tot het privévermogen kan rekenen, zoals bijvoorbeeld een personenauto, kunnen niet tot toepassing van de fiscale faciliteiten leiden.

  • De rente op de geldlening mag niet hoger zijn dan de wettelijke rente. Voor geldleningen met een vaste rente is het tijdstip waarop de geldlening wordt afgesloten beslissend. Bij geldleningen met een variabele rente is dus alertheid geboden.

  • Indien een startende ondernemer een bedrijfsmiddel koopt van een naast familielid, en de koopsom later wordt opgezet in een geldlening, behoudt de ondernemer onder voorwaarden toch recht op investeringsaftrek. De lening moet dan aan bepaalde voorwaarden voldoen.

  • De geldlening kan niet in rekening courant worden afgesloten. De hoofdsom van de lening moet vaststaan en moet dienen voor de aanschaf van aanwijsbare vermogensbestanddelen.

  • Bij beëindiging van een onderneming en een latere start van een nieuwe onderneming tellen de jaren van de vorige onderneming mee voor de beantwoording van de vraag of de betreffende ondernemer nog een startende ondernemer kan worden aangemerkt.

  • Bij overname van een bestaande onderneming geldt voor de ondernemer een bijzondere regeling om toch als startende ondernemer te worden aangemerkt. Als hij reeds acht jaar of meer, maar minder dan 15 jaar, de zelfstandigenaftrek heeft toegepast, geldt de overnemende ondernemer alleen in het jaar overname als startende ondernemer. Als bijvoorbeeld ouders aan hun voortzettende kind in een dergelijke situatie de onderneming overdragen, kunnen zij alleen in dat jaar een lening verstrekken die in aanmerking kan komen voor de fiscale faciliteiten.

  • Een startende ondernemer die in een kalenderjaar minder dan 1225 uur in zijn eigen onderneming heeft gewerkt, heeft geen recht op de zelfstandigenaftrek. Als het 'urentekort' achteraf blijkt, behoudt de geldverstrekker toch zijn recht op eventuele verliesaftrek op de geldlening. De vrijstelling in de vermogensrendementsheffing voor beleggingen in durfkapitaal is echter niet van toepassing als de startende ondernemer zowel in het onderhavige jaar als het jaar daarvóór geen recht heeft op zelfstandigenaftrek. De vrijstelling kan dus nog wel van toepassing zijn.

  • Als de startende ondernemer een rechtspersoon (BV) is, behoudt de geldverstrekker evenzeer recht op verliesaftrek indien de in de BV werkzame personen in een kalenderjaar tezamen minder dan 1225 uren (dus te weinig) hebben gewerkt. Echter anders dan bij een ondernemer-natuurlijk persoon heeft de geldvertrekker in dat geval nooit recht op de vrijstelling in de vermogensrendementsheffing voor beleggingen in durfkapitaal.

BD21300_.GIF (887 bytes)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Welke risico's loopt u als ondernemer bij een belastingcontrole?

Bij sommige ondernemers leidt de aankondiging van een fiscale controle tot een schrikreactie. Maar als u uw zaakjes voor elkaar heeft, kunt u een controle met vertrouwen tegemoet zien. Het is verstandig om niet pas in actie te komen als de controle zich aandient, maar er steeds op voorbereid te zijn. Dit kan vaak al door enkele simpele checks toe te passen en ervoor te zorgen dat uw administratie aan de eisen voldoet.

Hieronder vindt u een checklist van onderwerpen waar het vaak mis gaat. U kunt dan zelf beoordelen hoeveel risico u loopt en welke maatregelen u moet nemen om dit risico te verminderen.

Hoe ordelijk is uw administratie?

Een administratie die er ordelijk uitziet, wordt vaak minder diepgaand gecontroleerd dan een rommelige administratie. Leg dus de facturen op volgorde en berg ze keurig in mappen op. Zorg verder dat de specificaties klaarliggen, zodat u snel een antwoord kunt geven op vragen. Zorg dat de omzet verantwoording in de BTW-aangiftes sluit met de in de jaarrekening vermelde omzet. Het feit dat u regelmatig te laat bent met het afdragen van loonbelasting, omzetbelasting en inkomstenbelasting spreekt niet in uw voordeel. Dit kan namelijk al snel zorgen voor argwaan bij de fiscus.

De fiscus kondigt een controle aan, wat nu?

Als de fiscus een controle aankondigt, vraag dan waarvoor deze dient. Betreft het een algemene controle of beperkt deze zich wellicht tot de loonbelasting of de BTW.

Het is verstandig de belastingadviseur bij het eerste gesprek aanwezig te laten zijn. Tijdens het eerste gesprek kan worden afgesproken wie de vaste contactpersoon is, bijvoorbeeld de boekhouder. U kunt de controleur verbieden door het bedrijf te gaan zwerven en met deze of gene een praatje te maken. Stel uw personeel daarvan op de hoogte. Verder kunt u de ambtenaar verbieden om in de administratie te gaan snuffelen. Als hij stukken wil hebben, moet hij ze maar bij de vaste contactpersoon opvragen.

Het is verstandig de ambtenaar vriendelijk te bejegenen. Deze man of vrouw doet gewoon zijn werk. Dus niet de ambtenaar dirigeren naar een klein tafeltje in een bedompte ruimte en hem gezelschap laten houden door uw bijtgrage Rottweiler. Een vijandige houding zal er echt niet toe leiden dat de ambtenaar zich soepeler opstelt of vroeger vertrekt dan hij van plan was. Wees coöperatief! Als het niet goedschiks kan, zal de fiscus niet schromen om kwaadschiks de benodigde informatie boven water te krijgen. Wat dat betreft beschikt de belastingdienst over een enorm arsenaal aan formele machtmiddelen. 

Ook al komen er onregelmatigheden aan het licht, dan nog is het in uw belang dat de sfeer goed blijft. Het is doorgaans gunstig als zaken via onhandelingen kunnen worden afgewikkeld. Wij Nederlanders zijn een volk van handelaars en dat geldt ook voor de omgang met de fiscus. Probeer te voorkomen dat de fiscus zich vastbijt in zijn standpunten. Procederen voor de belastingrechter is doorgaans een onaantrekkelijke optie. Het leidt tot veel kosten en jarenlange onzekerheid.

Als er tijdens de controle afspraken worden gemaakt over bepaalde kwesties, leg deze dan schriftelijk vast. Dan kunt u zich er in de toekomst op beroepen.

Hoe kan de fiscus controleren of u zwarte omzet heeft gehad?

  • U hebt een laag bruto winstpercentage in vergelijking met branchegenoten.
    Vraag eventueel bij uw brancheorganisatie wat een normaal bruto winstpercentage is. Als uw winst lager is, zorg dan voor een plausibele verklaring.

  • Er is sprake van een in de tijd sterk schommelend brutowinstpercentage.
    Heeft u daarvoor een verklaring?

  • Lage privé-uitgaven.
    Uit de aangegeven omzet kan de fiscus uw privé-uitgaven afleiden. Zijn deze onverklaarbaar laag, dan kan hieraan het vermoeden van zwarte omzet worden ontleend. De fiscus is hierbij zeer geïnteresseerd in het vaststellen van bepaalde dure privé-uitgaven zoals vakantiereizen. Als de fiscus uit uw inkomen en vermogen bijvoorbeeld een bedrag aan privé-uitgaven vaststelt van f 30.000 en u bent voor f 25.000 op vakantie naar Australië geweest, heeft u wat uit te leggen.

  • Onregelmatige privé-opnamen.
    Zijn uw opnamen onregelmatig, dan kan de fiscus hieraan het vermoeden ontlenen dat privé-uitgaven gedeeltelijk zijn gefinancierd met zwarte inkomsten.

  • Heeft u cijferreeksen verzonnen?
    Sommige ondernemers met zwarte omzet verzinnen hun administratie. Aan de hand van statistische technieken (chi-kwadraattoets) kan de fiscus echter verifiëren of bepaalde cijferreeksen waarschijnlijk verzonnen zijn. Iedereen heeft namelijk de neiging bepaalde cijfers vaker te gebruiken dan andere.

  • Bepaalde transacties worden systematisch niet geboekt.
    Sommige ondernemers boeken de omzet in tweedehands artikelen niet of verzwijgen de omzet aan particuliere cliënten. Denk in dit verband aan een agrariër die voor zijn boerderij een bord heeft staan met "aardappelen te koop". Het is voor de belastingcontroleur niet al te moeilijk dit vast te stellen.

  • Niet alle inkopen zijn geboekt.
    De fiscus kan bij uw toeleveranciers nagaan wat u daar allemaal heeft gekocht. Als dan blijkt dat deze inkopen niet zijn terug te vinden in uw omzet, zal de controleur daar zeker lastige vragen over stellen.

  • Waarneming ter plaatse.
    De fiscus kan een bezoekje aan uw onderneming brengen om te controleren of al het personeel op de loonlijst staat. Dit is gebruikelijk in horeca-bedrijven. Het komt regelmatig voor dat de fiscus aankondigt om op enig moment in de volgende maand bij u langs te komen en dat hij dan graag de loonadministratie wil inzien. De fiscus brengt zo menig ondernemer in een lastig parket, omdat niet verteld wordt wanneer het bezoek precies plaatsvindt. De belastingdienst heeft in dit verband een voorkeur voor tijdstippen waarop het in uw bedrijf erg druk is.

  • Tips van derden.
    Tips van derden leiden vaak tot het opdoeken van zwartgeldpraktijken. Spreekwoordelijk in dit verband zijn op wraak beluste ex-echtgenotes en ontslagen boekhouders die hun voormalige werkgever een hak willen zetten. Dit zijn risico's die moeilijk te beheersen zijn.

  • Niet-bewaren van de telstroken van de kassa's.
    De fiscus wil van dag tot dag kunnen vaststellen wat de omzet is geweest. In dat verband wordt prijs gesteld op het bewaren van de telstroken van de kassa's. Heeft u die niet, dan wordt dit in uw nadeel uitgelegd.

  • Is er sprake van kascontrole?
    Een ondernemer die zijn omzet netjes verantwoordt, pleegt regelmatig kascontroles te houden om vast te stellen of het personeel betrouwbaar is. Als kascontroles achterwege blijven, is dat een verdachte omstandigheid.

  • Geen regelmatige boeking van ontvangsten.
    Als de ontvangsten niet afzonderlijk, maar periodiek in één bedrag zijn verantwoord, is dat een reden voor de fiscus om nader onderzoek in te stellen.

  • Negatieve kassen.
    De fiscus kan berekenen wat op een bepaald moment op basis van de verantwoorde ontvangsten en uitgaven het theoretische kassaldo moet zijn geweest. Negatieve kassen leiden tot het vermoeden dat er inkomsten zijn geweest die niet zijn verantwoord.

  • Inzage agenda's.
    De fiscus kan aan de hand van uw agenda controleren of met betrekking tot alle zakelijke afspraken de bijbehorende omzet is geboekt. U kunt zich aan inzage in uw agenda's niet onttrekken met het argument dat het persoonlijke en/of vertrouwelijke informatie betreft.

Elf mogelijke correcties van de belastingdienst

Hieronder noemen we elf onderwerpen die vaak aanleiding geven tot correcties. Daar kunt u uw voordeel mee doen. Op hoeveel punten kunnen de controleurs van de belastingdienst bij u succes boeken?

  • Autokostenbijtelling

    De bijtelling voor privé-gebruik van een auto van de zaak kan achterwege blijven als u een volledige en sluitende km-administratie heeft bijgehouden. Heeft u dat niet gedaan en toch geen bijtelling aangegeven, dan kunt u een correctie verwachten. Wellicht dat u de bijtelling heeft beperkt tot één auto, terwijl er meerdere auto's voor privé-doeleinden zijn gebruikt. De fiscus hanteert in dit verband wel de regel dat het aantal auto's waarvoor een bijtelling moet worden toegepast gelijk moet zijn aan het aantal rijbewijzen in het gezin.

  • Correctie BTW autokostenbijtelling

    Heeft u keurig de bijtelling aangegeven in de inkomstenbelasting, dan kan de fiscus nog controleren of de BTW-correctie voor de auto van de zaak correct is toegepast. Normaliter moet er hiervoor een afdracht plaatsvinden van 12% over het bedrag van de bijtelling in de inkomstenbelasting. Deze wordt in de praktijk nogal eens vergeten. De BTW-correctie voor auto's kan overigens achterwege blijven als u geen recht heeft op aftrek van BTW. Heeft u gedeeltelijk recht op aftrek van BTW, dan dient de correctie voor auto in principe naar rato plaats te vinden.

  • Vaste kostenvergoedingen

    De afgelopen jaren heeft de fiscus zich zeer kritisch opgesteld ten aanzien van vaste kostenvergoedingen aan het personeel. Met correcties in die sfeer kunnen zeer aanzienlijke bedragen gemoeid zijn. Zorg er daarom voor dat de kostenvergoedingen onderbouwd zijn.

  • Privé-uitgaven zakelijk geboekt

    Heeft u misschien privé-uitgaven zakelijk geboekt? Het is niet altijd op voorhand duidelijk of bepaalde uitgaven zakelijk of privé van karakter zijn. De belastingcontroleur zal hier zeker kritisch naar kijken.

  • Maaltijdverstrekkingen aan personeel

    Heeft u maaltijden verstrekt aan uw personeel, bijvoorbeeld op koopavonden? Dit moet als loon in natura in de loonbelastingadministratie worden verwerkt. Vaak is de BTW over dergelijke maaltijden niet aftrekbaar.

  • Meewerkende partner

    Toekenning van een beloning aan een meewerkende partner kan een besparing opleveren, omdat de partner kan profiteren van de lage tariefschijven van de inkomstenbelasting. De beloning moet wel zakelijk zijn. Met andere woorden, rechtvaardigt de arbeidsprestatie van de partner de toegekende beloning?

  • Betalingen aan personen zonder inhouding loonbelasting/premies

    Speciale interesse van de belastingcontroleur - en de controleur van de uitvoeringsinstelling - gaat uit naar betalingen aan personen zonder inhouding van loonbelasting/premies. Had eigenlijk inhouding moeten plaatsvinden? Zeker als sprake is van anonieme werknemers kan een naheffing erg duur uitvallen.

  • 40 dagenregeling

    Voor zakelijk gereden kilometers mag een werkgever aan het personeel een onbelaste vergoeding toekennen tot 60 cent per km. Dit mag niet voor woonwerkverkeer. Hiervoor geldt het reiskostenforfait. Het reiskostenforfait is ook van toepassing als werknemers 40 dagen of meer op een vaste plaats werkzaamheden verrichten. Te denken valt aan bouw- en automatiseringsprojecten. Als tegen de regels in voor dergelijke reizen 60 cent per km wordt vergoed, kunnen naheffingen in de papieren lopen.

  • Loonheffing op het spaarloon

    Veel bedrijven hebben hun personeel in de gelegenheid gesteld aan een spaarloonregeling deel te nemen. De werkgever is dan verplicht 10% van het spaarloon af te dragen in het kader van de loonheffing. Met ingang van 1-1-2001 bedraagt dit tarief 15%. Deze afdracht wordt nogal eens vergeten.

  • Kerstpakketten

Veel werkgevers maken gebruik van de mogelijkheid om hun personeel f 300,- per jaar te geven ter gelegenheid van feestdagen. Vaak wordt dit bedrag uitbetaald in de maand december. Waar men vaak niet bij stil staat, is dat het kerstpakket of het Sinterklaas-kado ook onder deze grens van f 300,- valt. Met andere woorden, als er een kerstpakket wordt gegeven ter waarde van bijvoorbeeld f 125,- en daarnaast in geld een feestdagengeschenk in geld van f 300,-, wordt de grens met f 125 overschreden. De fiscus kan dan naheffen. Bij grote aantallen werknemers kunnen correcties in deze sfeer in de papieren lopen. Zeker als we hierbij bedenken dat een dergelijke correctie zich over een aantal jaren kan uitstrekken en dat brutering plaatsvindt. 

  • BTW bij niet-betalen afnemers

    Als uw klant niet betaalt, heeft u de BTW op de desbetreffende factuur waarschijnlijk al aan de fiscus afgedragen. U kunt deze BTW terugkrijgen als vast komt te staan dat de factuur niet zal worden geïncasseerd. De fiscus telt hier zware eisen aan. Als de klant alleen maar laat is met betalen, is dat geen reden om restitutie te vragen. Er moet sprake zijn van faillissement of een vergelijkbare situatie.

Vrijwillige verbetering

Als u ontdekt dat u in het verleden te weinig belasting heeft betaald en het initiatief voor een correctie bij de fiscus laat, kunt u een boete verwachten. De boete is een percentage van de verschuldigde belasting. De hoogte is afhankelijk van de omstandigheden. U moet rekenen op minimaal 25%. Daarnaast moet u rekening houden met heffingsrente. Door vrijwillig de te weinig geheven belasting te betalen, blijft de boete beperkt of zelfs vermeden. Dit geldt echter alleen als u de verbetering doet vóórdat u wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. Als een controle reeds is aangekondigd geldt deze regeling dus niet.

De mogelijkheid van navorderingen en naheffingen betekent een bedrijfsrisico. Dit risico dient zoveel moelijk beheerst te worden. Door gebruik te maken van legale manieren tot belastingplanning is het vaak mogelijk de belastingheffing aanzienlijk te beperken. Zonder dat u nachtrust hieronder hoeft te leiden.

BD21300_.GIF (887 bytes)