|
Expatax - VMB Advies |
|
|
|
Verzoek voorlopige teruggaaf aanvragen Welke risico's loopt u als ondernemer bij een belastingcontrole? Voorwaarden lening aan startende onderneming Verstrekking aan werknemers: pc en werkkamer Verplichte ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen Buitengewone uitgaven in de aangifte 2001 en 2002
Volgens de nieuwe verlofspaarregeling mag een werknemer onder voorwaarden in een jaar maximaal 10% van het bruto loon van dat jaar sparen of het daarmee overeenkomend aantal verlofuren. Het totaal op te sparen verlofspaargeld bedraagt maximaal de geldswaarde van een jaar verlof (tegen het huidige salaris). Bij het sparen van verlofuren mag maximaal 12 maanden verlof opgebouwd worden. Verlofspaargeld wordt net als pensioen belast: niet de aanspraken (opgebouwde rechten) worden belast maar de latere uitkeringen. Op de uitbetalingen van de verlofspaarregeling is het progressieve tarief van box I van toepassing. De staatssecretaris heeft enige kamervragen over de verlofspaarregeling beantwoord. Hij heeft daarbij aangegeven dat werkgever en werknemer de verlofspaargelden in beginsel buiten hun beschikkingsmacht moeten brengen, bijvoorbeeld op een geblokkeerde rekening bij een bank of bij een CAO ingesteld fonds. Voorts kan een wisseling van dienstbetrekking onder omstandigheden zonder fiscale gevolgen blijven. Dit is bijvoorbeeld het geval als de werknemer zijn opgespaarde verlofspaargelden of verlofdagen in de verlofspaarregeling van de nieuwe werkgever inbrengt. Hierbij geldt natuurlijk wel als voorwaarde dat de verlofspaarregeling van de nieuwe werkgever de inbreng toestaat. Kiest de werknemer ervoor om de opgebouwde rechten bij het einde van de dienstbetrekking uit te keren, dan wordt het verlofspaargeld of de in geld omgerekende verlofdagen (bij aanvankelijk tijd-voor-tijd-sparen) als loon belast. Als een werknemer het maximum aan verlofspaargeld heeft gespaard, is verdere opbouw niet mogelijk. Wel kan het verlofspaargeld verder oprenten en blijft de werknemer de vrijheid houden om het tijdstip te bepalen waarop hij het verlof wenst op te nemen. Ook kan het voorkomen dat als de oprenting meer bedraagt dan de loonstijging van de werknemer, hij uiteindelijk meer dan de geldswaarde van één jaar verlof kan sparen. Verlofspaarregelingen die op het moment van inwerkingtreding van de wet Belastingplan 2000 voldoen aan de voorwaarden voor bestaande verlofspaarregelingen worden tot 1 januari 2007 geëerbiedigd.
M.i.v.
1 januari 2000 geldt er een wettelijke ziekenfondsverzekering voor
zelfstandigen die tevens verzekerd zijn ingevolge de WAZ. De verplichte
verzekering geldt niet voor de beroepsbeoefenaren, de meewerkende
echtgenoten en de directeuren-grootaandeelhouders. Verplicht verzekerd
is de zelfstandige van wie het gemiddelde belastbare inkomen over
1996, 1997 en 1998 lager was dan f 41.200,-.
M.i.v. 1 januari 1998 geldt de WAZ voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaars en directeuren-grootaandeelhouders (incl. echtgenoten). Op grond van deze wet zijn zij verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. De uitkering bedraagt echter maximaal 70% van het minimumloon. Voor 2000 bedraagt de premie 8,80% (1999: 8,42%) van de winst van de zelfstandigen of de zuivere inkomsten uit buiten dienstbetrekking verrichte tegenwoordige arbeid van de beroepsbeoefenaar en de meewerkende (verdienende) echtgenoot. Er geldt een franchise van f 29.000,- en een maximale premiegrens van f 84.000,-. Voorts wordt de directeur-grootaandeelhouder geacht van zijn BV jaarlijks een bedrag van f 84.000,- te hebben genoten (tegenbewijs is mogelijk). De betaalde premie WAZ is een aftrekpost voor de inkomstenbelasting. Als u ook nog een particuliere verzekering heeft lopen, kan het zijn dat u dubbel verzekerd bent. Alleen als uw particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering rekening houdt met de WAZ, is dat niet het geval. Het loont de moeite om de polisvoorwaarden eens na te lopen.
Wilt u uw werknemers fiscaalvriendelijk belonen met een extraatje? Denk dan eens aan de belastingvrije vergoeding voor telewerken of een eigen PC. Bijkomend voordeel voor u is een fiscale aftrekpost. Thuiswerkende werknemers kunt u stimuleren met een onbelaste vergoeding voor het inrichten van een werkkamer thuis. De vergoeding bedraagt maximaal f 4.000,- voor een periode van vijf jaar. U moet dan wel contractueel vastleggen, dat de werknemer ten minste één dag per week thuis werkt. Verder moet de nieuwe werkkamer voldoen aan een aantal Arbo-eisen. Wilt u uw werknemers verrassen met een PC, dan kunt u eens in de drie jaar maximaal f 5.000,- vergoeden. Voorwaarde is wel, dat de werknemer de PC ook voor zijn werk gebruikt.
Om het woon-werkverkeer per fiets te bevorderen zijn er reeds in 1996 enkele maatregelen getroffen om de zogenaamde fiets van de zaak fiscaal aantrekkelijk te maken. Voor het woon-werkverkeer kan de werkgever de werknemer een fiets ter beschikking stellen waarbij de fiets eigendom blijft van de werkgever of de fiets kan worden geschonken aan de werknemer. De werkgever moet aannemelijk kunnen maken dat de fiets voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Dit is aannemelijk als de werknemer minder dan 15 km van zijn werk woont. Tevens dient de werknemer voor meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen in het kader van woon-werkverkeer gebruik te maken van de fiets. Hoe dit dient te worden gecontroleerd wordt niet aangegeven door de belastingdienst. Op de overige dagen mag gebruik worden gemaakt van een ander vervoermiddel. Onder fiets wordt tevens verstaan een fiets die mede is voorzien van een elektrische aandrijving of traphulp zoals bijvoorbeeld een Spartamet. Ter beschikking stellen Stelt u de fiets ter beschikking dan wordt er niets belast. Voorwaarde is dat er hoogstens eenmaal in de drie jaar een fiets ter beschikking wordt gesteld. Per 1 januari 2002 is bepaald dat er geen maximum catalogusprijs meer geldt (voorheen was het maximum f 1.650 inclusief BTW). Voor de dagen dat niet met van de fiets gebruik wordt gemaakt mag de werkgever aan werknemer een reiskostenvergoeding geven of op een andere manier voorzien in het vervoer. Schenken Geeft u de fiets cadeau aan de werknemer dan wordt bij het loon van de werknemer slechts f 150 bijgeteld waarover loonbelasting moet worden betaald. Voorwaarde is dat de schenking hoogstens eenmaal in de drie jaar plaatsvindt. Per 1 januari 2002 is bepaald dat er geen maximum catalogusprijs meer geldt (voorheen was het maximum f 1.650 inclusief BTW). Het is daarnaast tevens mogelijk de werknemer over het hele jaar een reiskostenvergoeding te verstrekken. Op de bijtelling kan een eventuele eigen bijdrage van de werknemer in mindering worden gebracht. Deze bijdrage kan plaatsvinden vanuit het loon of door het inleveren van nog op te bouwen vakantiedagen. Het inleveren van vakantiedagen kan niet bij elke CAO. Verstrekken overige zaken Verder kan de werkgever belastingvrij de volgende zaken verstrekken:
Als voorwaarde geldt dat deze zaken dienstbaar zijn aan het woon-werkverkeer. De genoemde zaken kunnen zowel worden verstrekt indien een fiets wordt geschonken als wanneer de fiets ter beschikking wordt gesteld. Overige bepalingen voor de werkgever Bij aanschaf van fietsen tot f 1.000 kan de aanschafprijs in één keer worden afgetrokken van de winst. Fietsen met een hogere cataloguswaarde kunnen alleen gespreid over drie jaar worden afgeschreven. Over de aanschaf wordt geen investeringsaftrek verleend omdat de fietsen hoofdzakelijk ter beschikking worden gesteld aan derden. De fiets moet door de werkgever worden aangeschaft. De regeling geldt namelijk niet als de werknemer de fiets koopt en de werkgever hem daarvoor een vergoeding geeft. De betaalde BTW is aftrekbaar als voorbelasting met als aanvullende voorwaarde dat niet voor 50% of meer van de werkdagen, wordt voorzien in een vergoeding of ander vervoer dan het vervoer per fiets. Conclusie De fiscale voordelen zijn bedoeld als stimulans voor werknemers om per fiets naar het werk te gaan. Hiervoor gelden wel enkele voorwaarden. Wordt niet aan deze voorwaarden voldaan dan wordt de cataloguswaarde van de fiets geheel tot het loon gerekend en dient hierover loonbelasting te worden betaald.
De werknemersspaarregelingen bieden werkgevers en werknemers de mogelijkheid een deel van de arbeidsvoorwaarden fiscaal vriendelijk te verpakken. Door het toepassen van een werknemersspaarregeling is het mogelijk dat de werknemer binnen dezelfde brutoloonsom een hoger nettoloon geniet. Als voorwaarden gelden dat minimaal 75% van de werknemers kunnen deelnemen aan de spaarregeling en dat de spaartegoeden bij alle regelingen minimaal vier jaar zijn geblokkeerd. Tot 1 januari 2001 golden er een aparte rente- en dividendvrijstelling voor de rente respectievelijk dividend die waren opgekomen uit de spaarregeling. Deze zijn komen te vervallen. In plaats daarvan worden de gezamenlijke bedragen op werknemersspaarrekeningen tot een bedrag van ongeveer f 37.000 niet meegeteld bij de bezittingen voor de vermogensrendementsheffing in box III. Premiespaarregeling De inhoudingsplichtige en de werknemers spreken af dat de inhoudingsplichtige een bedrag inhoudt van het nettoloon van de werknemers, welk bedrag wordt gestort op een geblokkeerde spaarrekening van de werknemers. De inhoudingsplichtige kent daarnaast een spaarpremie toe tot maximaal 100% van het door de werknemer gespaarde bedrag. De maximale spaarpremie bedraagt f 1.158. Dit is hetzelfde bedrag als in 2000. Bij de belastingherziening is besloten de bedragen te bevriezen op die van 2000. De werkgever betaalt bovendien een zogenaamde lumpsumheffing van 15%. Deze is niet te verhalen op de werknemer. Spaarloonregeling De inhoudingsplichtige en de werknemers spreken af dat de inhoudingsplichtige periodiek een bedrag inhoudt van het brutoloon van de werknemers, welk bedrag wordt gestort op een geblokkeerde spaarrekening van die werknemers. Het ingehouden spaarloon behoort niet tot het loon, voor zover dit spaarloon niet meer bedraagt dan f 1.736. Voor de werkgever geldt ook hier een zogenaamde lumpsumheffing van 15%. Winstdelingsregeling De inhoudingsplichtige en de werknemers spreken af dat de werknemers recht krijgen op een aandeel in de winst van de onderneming van de inhoudingsplichtige. Het bedrag dat de werknemers als winstaandeel ontvangen is afhankelijk van de jaarlijkse ondernemingswinst en van de overeengekomen winstdelingsregeling. Ook voor deze regeling geldt een vrijstelling tot f 1.736. Indien de winstdeling elk jaar wordt uitgekeerd aan de werknemer, dus ongeblokkeerd, dan kan de inhoudingsplichtige besluiten om over het winstaandeel zelf 15% loonbelasting af te dragen (lumpsumheffing) of de 15%-heffing in te houden op het bedrag van de uitkering, waardoor de werknemer uiteindelijk de loonbelasting betaalt. Indien het winstaandeel wordt gestort op een geblokkeerde rekening dan is er feitelijk sprake van spaarloon. Dat betekent dat de winstdeling dan altijd belast wordt met een lumpsumheffing van 15% die betaald dient te worden door de inhoudingsplichtige. De verschillende spaarregelingen mogen naast elkaar worden toegepast. De spaarloonregeling en de winstdelingsregeling kennen echter tezamen een maximumbedrag van f 1.736. In het gunstigste geval kan de inhoudingsplichtige derhalve een bedrag van f 2.894 netto per kalenderjaar aan zijn werknemers doen toekomen. Er bestaan mogelijkheden om het geblokkeerde spaartegoed binnen de termijn van vier jaar te deblokkeren. Het spaartegoed kan worden gedeblokkeerd bij aankoop van een eigen woning, aankoop van effecten, premiebetaling lijfrenteverzekering, vrijwillige pensioenpremiebetaling en bij het overlijden van de werknemer. Per 1 januari zijn hierbij nog bijgekomen de kosten van studie, verlofsparen en het starten van een eigen onderneming. De staatssecretaris van Financiën heeft in zijn besluit van 13 januari 2000 aangegeven dat de werkgever moet kunnen aantonen dat het geblokkeerde spaartegoed voor een toegestaan doel is benut. Als de werknemer bijvoorbeeld het geblokkeerde spaarloon binnen de vier jaar wil gebruiken voor de aanschaf van een eigen woning, doet de werkgever er dus verstandig aan daar bewijzen van te vragen. Doet hij dat niet, dan kan hij bij een belastingcontrole in de problemen komen. Want als hij dan niet kan aantonen dat het geld voor een toegestaan doel is benut, wordt ervan uitgegaan dat dit niet het geval is en dan moet hij achteraf alsnog loonbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen betalen. Conclusie Als gevolg van het Belastingplan 2001 worden de bedrijfsspaarregelingen aanmerkelijk gewijzigd. Enerzijds worden de mogelijkheden tot deblokkering van het gespaarde saldo uitgebreid, anderzijds worden de maximale vrijstellingen niet meer jaarlijks verhoogd en dient de inhoudingsplichtige ook over de spaarpremie 15% lumpsumheffing te gaan betalen. In het kader hiervan wordt ook de lumpsumheffing over spaarloon verhoogd naar 15%. Voor de inhoudingsplichtige worden de spaarregelingen derhalve duurder, met name de premiespaarregeling.
De geldschieter heeft onder meer recht op een vrijstelling in de vermogensrendementsheffing (box 3) van 103.539 gulden (46.984 euro). Dit vrijstellingsbedrag geldt per belastingplichtige. Bovendien heeft de geldverstrekker recht op een aftrek van een verlies dat hij lijdt op een geldlening aan een startende ondernemer. Een verlies is onder voorwaarden tot maximaal 103.539 gulden aftrekbaar. Deze verliesaftrek geldt per belastingplichtige per startende ondernemer. Ook heeft de geldverstrekker recht op een heffingskorting voor beleggingen in durfkapitaal. Deze korting op de te betalen inkomstenbelasting bedraagt 1,3 procent van het bedrag van de beleggingen (geldleningen aan startende ondernemers) waarvoor een vrijstelling bestaat in de vermogensrendementsheffing. Voorwaarden Op 13 maart heeft de staatssecretaris een nieuw besluit gepubliceerd waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over de voorwaarden. De geldlening moet binnen de startende onderneming actief worden aangewend en mag niet worden gestort op een deposito. De lening moet minimaal 5.000 gulden bedragen.
Hoe ordelijk is uw administratie? Een administratie die er ordelijk uitziet, wordt vaak minder diepgaand gecontroleerd dan een rommelige administratie. Leg dus de facturen op volgorde en berg ze keurig in mappen op. Zorg verder dat de specificaties klaarliggen, zodat u snel een antwoord kunt geven op vragen. Zorg dat de omzet verantwoording in de BTW-aangiftes sluit met de in de jaarrekening vermelde omzet. Het feit dat u regelmatig te laat bent met het afdragen van loonbelasting, omzetbelasting en inkomstenbelasting spreekt niet in uw voordeel. Dit kan namelijk al snel zorgen voor argwaan bij de fiscus. De fiscus kondigt een controle aan, wat nu? Als
de fiscus een controle aankondigt, vraag dan waarvoor deze dient.
Betreft het een algemene controle of beperkt deze zich wellicht tot
de loonbelasting of de BTW. Hoe kan de fiscus controleren of u zwarte omzet heeft gehad?
Elf mogelijke correcties van de belastingdienst Hieronder noemen we elf onderwerpen die vaak aanleiding geven tot correcties. Daar kunt u uw voordeel mee doen. Op hoeveel punten kunnen de controleurs van de belastingdienst bij u succes boeken?
Vrijwillige verbetering Als
u ontdekt dat u in het verleden te weinig belasting heeft betaald
en het initiatief voor een correctie bij de fiscus laat, kunt u een
boete verwachten. De boete is een percentage van de verschuldigde
belasting. De hoogte is afhankelijk van de omstandigheden. U moet
rekenen op minimaal 25%. Daarnaast moet u rekening houden met heffingsrente.
Door vrijwillig de te weinig geheven belasting te betalen, blijft
de boete beperkt of zelfs vermeden. Dit geldt echter alleen als u
de verbetering doet vóórdat u wist of redelijkerwijs moest vermoeden
dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of
bekend zal worden. Als een controle reeds is aangekondigd geldt deze
regeling dus niet.
|