|
Home
Aangifte
2006
Over
deze site
Laatste
nieuws
Onze
diensten
Tarieven
Contact
Diverse
onderwerpen
Nieuwsbrief
Belastingplan
2001
|
Laatste
Nieuws 2004
01 december 2004: VAR ook bij doorlopende opdrachten duidelijker
01 december 2004: Toerekening inkomensbestanddelen tussen partners (besluit)
26 november 2004: Hypotheekrente-aftrek voor lening verbetering of onderhoud
17 november 2004: AG Hof van Justitie: voordruk BTW op werkkamer eigen woning aftrekbaar
16 november 2004: Stand van zaken grijs kenteken
15 november 2004: Nederlandse belastingschulden niet verkocht (Belgenmop?)
10 november 2004: Wijzigingen Wet WOZ door Tweede Kamer goedgekeurd
20 oktober 2004: Geschenken in natura; inkomstenbelastingaspecten
14 oktober 2004: Belastingplan 2005: Nota van wijziging
12 oktober 2004: Brief Zalm over wijzigingen kabinetsplannen
12 oktober 2004: Overgangsrecht en vragen bijleenregeling
12 oktober 2004: Margeregeling op ingeruilde gazonmaaiers
12 oktober 2004: Koeriersdienst is geen PTT: niet-ontvankelijk
12 oktober 2004: Accountants krijgen nieuw tuchtrecht
07 oktober 2004: Fiscus opent jacht op buitenlandse optierechten
01 oktober 2004: Afschrijving op beleggingspanden: stellingen Belastingdienst volledig onjuist
24 september 2004: Belastingplan 2005
14 september 2004: Belastingambtenaar te zwaar: geen aftrek maagballon
13 september 2004: MOT en WID gestroomlijnd
13 september 2004: Vraag- en antwoordbesluit reiskosten
13 september 2004: 100 belastingplichtigen krijgen proces-verbaal
08 september 2004: Meer informatie van gemeenten over WOZ-gegevens
02 september 2004: Percentage heffings- en invorderingsrente bij belastingen 4e kwartaal 2004
01 september 2004: Mailing belastingdienst naar een miljoen ondernemers
30 augustus 2004: PC-privéregeling afgeschaft op 27 augustus 2004 vanaf 17.00 uur
24 augustus 2004: Wijziging Uitvoeringsregeling AWR inzake elektronische aangiften
20 augustus 2004: Fotos niet voldoende: verbouwing aantonen met schriftelijke bewijsstukken
18 augustus 2004: Niet-ontplofte bom in de tuin: waardedrukkende factor voor de WOZ
18 augustus 2004: DGA als uitgezonden IT-consultant niet premieplichtig
12 augustus 2004: Overledene krijgt boete: kostenvergoeding voor bezwaar en beroep
12 augustus 2004: Vooraftrek omzetbelasting als facturen niet worden betaald?
30 juli 2004: Versoepeling fiscale behandeling bedrijfsoverdrachten
30 juli 2004: WeeTeePeetjes
30 juli 2004: Alles aangegeven, toch te lage aanslag: mag de inspecteur alsnog corrigeren?
12 juli 2004: Besluit Successierecht pensioen- en lijfrenteregeling
12 juli 2004: Inspecteur moet uitstel indiening aangifte bewijzen
07 juli 2004: Handvat reiskostenvergoeding m.i.v. 1 januari 2004
05 juli 2004: Nieuwe regeling kilometervergoeding in 2005 geëvalueerd
02 juli 2004: Rijschoolhouder dronken: verlies niet aftrekbaar
29 juni 2004: Toepassing interne compensatie altijd mogelijk
29 juni 2004: Schuld is fiscaal geen schuld
29 juni 2004: Nieuw Besluit fietsgebruik woon-werkverkeer
18 juni 2004: Verplichte Elektronische belastingaangiften: geen administratieve lastenverlichting !
14 juni 2004: Besluit fiscale behandeling werkkamer
09 juni 2004: Percentage heffings- en invorderingsrente bij belastingen 3e kwartaal 2004
09 juni 2004: Rugpijn geen fiscale pijn
02 juni 2004: Wetsvoorstel vervroegde afschaffing SPAK ingetrokken
01 juni 2004: Belastingdienst wordt (ook) Belastingdienst Toeslagen
26 mei 2004: Belasting dit jaar veel later met aanslag
19 mei 2004: Verkoopopbrengst van woning onder grondslag vermogensrendementsheffing
17 mei 2004: Herinvesteringsreserve: vraag- en antwoordbesluit gepubliceerd
12 mei 2004: Belofte inspecteur over heffingsrente moet worden nagekomen
07 mei 2004: Aanslag parkeerbelasting vernietigd door handelen gemeente
05 mei 2004: Meer duidelijkheid VAR voor zelfstandigen
04 mei 2004: Afrondingssysteem BTW aangepakt.
29 april 2004: Mobiel bellend parkeren kost ook geld
29 april 2004: Een tandarts heeft geen radardetector nodig
29 april 2004: Bedrijfsplan Belastingdienst 2004-2008 gepubliceerd
16 april 2004: Een inlichting is maar een inlichting
16 april 2004: Eén auto is geen auto
16 april 2004: Is electronisch aangifte doen riskant?
02 april 2004: Heffing en inning premies sociale verzekeringen per 1 januari 2006 door de Belastingdienst
01 april 2004: Overgangsregeling PC-privé-projecten
24 maart 2004: Percentage heffings- en invorderingsrente bij belastingen 2e kwartaal 2004
24 maart 2004: Afronding onderhandelingen met Stichting Reprorecht
24 maart 2004: Is het kaal of kammen? (2)
24 maart 2004: Werk of vakantie?
19 maart 2004: Ecofin-Raad over administratieve lasten
19 maart 2004: Levensloopregeling, VUT en prepensioen
19 maart 2004: Administratie reiskostenvergoeding eenvoudiger
04 maart 2004: Fiscale spam
04 maart 2004: Wetsvoorstel duidelijkheid VAR wordt voor 1 juli 2004 bij de Tweede Kamer ingediend
27 februari 2004: Laatste dag voor tijdige betaling van de aangiften LB/PH, OB/BPM in 2004
23 februari 2004: Parkeerautomaat klantvriendelijk ?
23 februari 2004: Naheffingsaanslag parkeerbelasting verminderd met € 0,08 (!)
23 februari 2004: Verplichte elektronische aangifte voor ondernemers
VAR ook bij doorlopende opdrachten duidelijker 01 december 2004
De Verklaring ArbeidsRelatie (VAR) van de belastingdienst geeft per 1 januari 2005 ook meer duidelijkheid bij doorlopende opdrachten. De VAR vrijwaart opdrachtgevers van betaling van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen. Deze vrijwaring geldt als de belastingdienst verklaart dat de aanvrager van de VAR een zelfstandig ondernemer is (VAR-winst) of een directeur-grootaandeelhouder (VAR-dga). Dit geldt ook voor opdrachten die in een volgend jaar doorlopen. De opdracht moet voor 1 november van het lopende jaar zijn verleend en er is voor het volgend jaar nog geen VAR afgegeven. Deze voorgezette vrijwaring geldt bij een doorlopende opdracht alleen voor die specifieke opdracht en duurt maximaal één jaar.
Met deze aanpassing van het Wetsvoorstel uitbreiding rechtsgevolgen VAR hebben minister de Geus (SZW) en staatssecretaris Wijn (Financiën) overeenstemming bereikt met de Tweede Kamer, zodat de nieuwe regeling per 1 januari 2005 in werking kan treden.
De zelfstandige ondernemer of dga die op basis van de VAR werkzaamheden verricht, heeft bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid geen recht op een WW- of WAO-uitkering omdat er geen premies zijn afgedragen.
(Ministerie van SZW, persbericht d.d. 23 november 2004, nummer 04/238)
Toerekening inkomensbestanddelen tussen partners (besluit) 01 december 2004
De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit gepubliceerd waarin hij goedkeurt dat als een persoonsgebonden aftrek niet of tot een te laag bedrag in de aangifte van de belastingplichtige of zijn partner is opgenomen en dat bedrag op grond van de regeling voor ambtshalve verminderingen van aanslagen alsnog in aanmerking wordt genomen, de partners zelf de onderlinge verhouding kunnen kiezen waarin deze aftrekpost bij ieder van hun in aanmerking moet worden genomen.
Hiervoor gelden wel de volgende voorwaarden:
- er moet door de partners een gezamenlijke keuze worden gemaakt voor de gewenste verdeling;
- de gekozen verhouding leidt tot een volkomen verdeling van de aftrekpost.
Deze goedkeuring is niet van toepassing op andere gemeenschappelijke inkomensbestanddelen die tot een te hoog of te laag bedrag in aanmerking zijn genomen.
Het volledige besluit is te vinden onder deze link: Besluit toerekening inkomensbestanddelen partners.
(Ministerie van Financiën, 10 november 2004, nummer CPP2004/1545M)
Hypotheekrente-aftrek voor lening verbetering of onderhoud 26 november 2004
De staatssecretaris van Financiën heeft naar aanleiding van kamervragen goedgekeurd, dat tijdens de periode van een half jaar na het sluiten van een geldlening voor verbetering of onderhoud van de eigen woning, rente-aftrek over het volle bedrag van de lening kan worden verleend. Als na afloop van deze periode de verbeterings- of onderhoudswerkzaamheden nog niet zijn voltooid, wordt de rente-aftrek berekend met inachtneming van de betaaldatum. Er mag ook worden volstaan met het salderen van de betaalde rente met de depotrente. Alle kosten moeten wel met schriftelijke bescheiden worden gestaafd.
Deze goedkeuring van de staatssecretaris is naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 22 oktober 2004, nummer 39.082, met betrekking tot de hypotheekrente-aftrek voor een geldlening voor een verbouwing. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat moet worden gekeken naar twee vereisten: het oogmerkvereiste en dat de verbetering of verbouwing met schriftelijke bescheiden is te staven. Een schuld die is aangegaan voor verbetering of onderhoud van een eigen woning, wordt pas behandeld als schuld ter verwerving van die woning, voorzover en vanaf het moment waarop, naar met schriftelijke bescheiden is te staven, betalingen ter zake van verbetering of onderhoud van die woning hebben plaatsgehad.
In het berechte geval had de belanghebbende in februari 1997 zijn bestaande hypothecaire geldlening verhoogd van 25.219,41 tot 57.000 voor de aanschaf van een nieuwe keuken.
Op 2 april 1997 is van zijn privé-rekening een bedrag van 25.093,02 afgeschreven voor de aankoop van een auto. De auto had enkele aanpassingen in verband met een lichamelijke handicap van belanghebbendes echtgenote. Vanwege haar gezondheidstoestand is de vernieuwing van de keuken in de woning vertraagd. In 2000 is voor die vernieuwing een bedrag van 24.184 uitgegeven. In geschil was of de in 1997 aangegane nadere hypothecaire geldlening in het onderhavige jaar is aan te merken als een schuld welke is aangegaan voor verbetering of onderhoud van de eigen woning van belanghebbende.
De Hoge Raad oordeelt, dat in dit geval wel aan het oogmerkvereiste is voldaan, maar niet aan het stavingsvereiste.
AG Hof van Justitie: voordruk BTW op werkkamer eigen woning aftrekbaar 17 november 2004
Een Duits echtpaar liet in de jaren 1991 tot en met 1993 op een stuk grond een woning bouwen, waarvan één kamer (12% van het totale woonoppervlakte), werd bestemd als werkkamer voor de man. Dit voor zijn activiteiten als schrijver van artikelen voor vaktijdschriften. Deze activiteiten verrichte hij als zelfstandige naast een dienstbetrekking. De man was voor 1/4e deel eigenaar van de woning, de vrouw voor 3/4e deel. De facturen voor de bouw van de woning stonden op naam van beide echtelieden. De kamer werd na het voltooien van de woning daadwerkelijk als werkkamer ingericht en gebruikt. De man trok in de jaren 1991 tot en met 1993 steeds 12% van de in rekening gebrachte BTW als voordruk af. De Duitse fiscus was het daarmee niet eens.
Advocaat-generaal Antonio Tizzano bij het Europees Hof van Justitie heeft geconcludeerd dat deze aftrek van voordruk wel terecht is. Zijn conclusie luidt:
- wie naast een dienstbetrekking een zelfstandige economisch belastbare werkzaamheid in de zin van de omzetbelasting uitoefent, handelt als belastingplichtige voor de omzetbelasting, als hij bij de inrichting of verwerving van een woonhuis een deel van het huis voor de belastbare werkzaamheid inricht en gebruikt;
- als meerdere personen deel uitmaken van een gemeenschap, die zelf geen rechtpersoonlijkheid bezit en zelf niet als ondernemer werkzaam is, dan wordt de prestatie verricht aan de individuele deelnemer in de gemeenschap en niet aan de gemeenschap als totaal;
- een belastingplichtige die met zijn echtgenote een zaak verkrijgt en een deel van die zaak gebruikt voor de uitoefening van een zelfstandig beroep, is gerechtigd een evenredig deel van de in rekening gebracht omzetbelasting in aftrek te brengen;
- de Zesde Richtlijn schrijft in deze situatie niet voor dat de belastingplichtige, om de voordruk in aftrek te kunnen brengen, in het bezit is van een op zijn individuele naam gestelde rekening die gespecificeerd zijn eigendomsaandeel weergeeft.
Als het Hof van Justitie de conclusies van Tizzano overneemt, onstaat er een verschil in behandeling tussen de werkkamer in de eigen woning voor de inkomstenbelasting en voor de omzetbelasting. Bij de inkomstenbelasting worden de nodige voorwaarden gesteld om tot kostenaftrek te komen, terwijl volgens de Advocaat-generaal voor de omzetbelasting, het inrichten en gebruiken van de werkkamer voor belaste activiteiten voldoende is om vooraftrek te verkrijgen.
(Conclusie Advocaat-generaal, Hof van Justitie, zaaknummer C-25/03, 11 november 2004)
Stand van zaken grijs kenteken 16 november 2004
De Eerste en Tweede Kamer moeten de plannen van het kabinet nog goedkeuren, maar de voornemens over het grijs kenteken zijn al wel bekend.
De stand van zaken op dit moment:
- Belasting personenauto's en motorrijwielen (BPM)
Bestelauto's worden vanaf medio 2005 belast met BPM op dezelfde wijze als personenauto's. Voor BTW-ondernemers en gehandicapten blijft het grijs kenteken bestaan: de BPM wordt door de Belastingdienst teruggegeven.
- Motorrijtuigenbelasting
Er komen vanaf 1 januari 2005 twee tarieven:
1. een laag tarief voor bestelauto's met een bijzondere inrichting voor gehandicapten;
2. een hoog tarief voor alle andere gebruikers (verhoging ongeveer € 76 per jaar per bestelauto).
Voor particulieren betekenen de voorstellen, dat zij bij de aanschaf van een bestelauto altijd BPM moeten betalen en dat de motorrijtuigenbelasting wordt verhoogd tot het niveau van de personenauto.
(Persbericht Ministerie van Financiën, 15 november 2004)
Nederlandse belastingschulden niet verkocht (Belgenmop?) 15 november 2004
De staatssecretaris van Financiën is niet van plan om Nederlandse belastingschulden te verkopen aan zogenoemde SPV's (Special Purpose Vehicles). De regering van België heeft dit wel gedaan met Belgische belastingschulden om zo het begrotingstekort te verkleinen. Technisch verloopt de verkoop van achterstallige belastingen als volgt. De koper richt een SPV op, die de openstaande belastingschulden van de overheid koopt. Dit bedrag komt ten goede aan de schatkist. De Belastingdienst moet dan wel de schulden gaan innen. Hiervoor betaalt de SPV een vergoeding aan de Belastingdienst. Deze vergoeding komt ook ten goede aan de schatkist. De SPV financiert de constructie door op de kapitaalmarkt te lenen.
De Nederlandse Saat heeft deze constructie afgewezen, omdat ze ondoelmatig is, erg duur en slechts leidt tot een geringere opbrengst voor de schatkist. Het forse prijskaartje wordt veroorzaakt door het renteverschil tussen staatsleningen en die van de kapitaalmarkt (30 tot 40 basispunten), de vergoeding voor de SPV, de kosten van voorlichting en extra uitvoeringskosten bij de Belastingdienst.
Letterlijk schrijft de staatssecretaris: "Het Belgische inititatief bevestigt de ondoelmatigheid van deze financiële constructie en verdient geen navolging. De opbrengst van € 300 miljoen is een sigaar uit de eigen, toekomstige sigarendoos, terwijl degene die de sigarendoos aanreikt er eerst een aantal sigaren uithaalt. De Belastingdienst blijft feitelijk en juridisch alle inningswerkzaamheden verrichten en krijgt daarbovenop extra administratieve verplichtingen."
(Staatssecretaris van Financiën, 12 november 2004, DGB 2004-05457 U)
Wijzigingen Wet WOZ door Tweede Kamer goedgekeurd 10 november 2004
Op 9 november 2004 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wijziging van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en van enige andere wetten (meer doelmatige uitvoering van de Wet WOZ)) goedgekeurd.
In het wetsvoorstel staan onder andere de volgende maatregelen:
- mogelijkheid tot intensievere samenwerking tussen gemeenten bij de uitvoering van de Wet WOZ door uitgebreidere toepassing van modelmatige waardebepaling en gezamenlijke waardering van bijzondere objecten;
- de WOZ-beschikking wordt voortaan vermeld op de aanslag Onroerende-zaakbelastingen (OZB);
- objecten in aanbouw kunnen eenvoudiger worden gewaardeerd;
- de OZB-vrijstelling voor kerken, waterbeheersingswerken en riool- en afvalwaterzuiveringsinstallaties gaat ook gelden voor de waterschapsheffingen, zodat deze objecten niet meer gewaardeerd hoeven te worden;
- verkorting van het WOZ-tijdvak van 4 naar 1 jaar.
De maatregelen 1 tot en met 4 kunnen ingaan per 1 januari 2005; de verkorting van het tijdvak wordt per 1 januari 2007 ingevoerd. Met ingang van 2005 wordt het tijdvak al van vier naar twee jaren teruggebracht. Achtergrond hiervan is, dat de waardebepaling actueler wordt en daardoor meer aansluit bij de beleving van de belastingplichtigen. Tevens kunnen deze actuele gegevens breder worden gebruikt dan alleen voor de WOZ, zoals bijvoorbeeld voor verzekeringen, hypotheken, bouwvergunningen, beoordeling van planschade, succesie- en schenkingsrecht.
Het amendement van het Tweede Kamerlid Fierens (PvdA) is ook aangenomen. Het amendement voert een beperkte marge in bij de WOZ-waardevaststelling. Bij fictie wordt de waarde van WOZ-beschikking geacht juist te zijn, indien deze niet meer afwijkt dan een bepaald percentage en bedrag van de bij die beschikking vastgestelde waarde conform onderstaande tabel.
Bij een bij de WOZ-beschikking vastgestelde waarde van een onroerende zaak van
meer dan
maar niet meer dan
wordt die waarde geacht juist te zijn, indien de waarde niet meer dan het in kolom III vermelde percentage afwijkt doch ten minste het in kolom IV vermelde bedrag en de afwijking niet meer bedraagt dan € 100 000 van de bij die beschikking vastgestelde waarde
I
II
III
IV
-
€ 200 000
€ 500 000
€ 1 000 000
€ 200 000
€ 500 000
€ 1 000 000
-
5%
4%
3%
2%
-
€ 10 000
€ 20 000
€ 30 000
Hierdoor hoopt men een verwachte stroom van bezwaar- en beroepschriften bij de gemeenten en de rechterlijke macht te voorkomen.
(Wetsvoorstel 29.612, Tweede Kamer 9 november 2004)
Geschenken in natura; inkomstenbelastingaspecten 20 oktober 2004
De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit de fiscale aspecten voor de inkomstenbelasting beschreven van geschenken in natura, die worden verstrekt aan niet-eigen werknemers. Deze geschenken worden vaak tegelijkertijd verstrekt zowel aan de eigen werknemers als aan derden.
Tevens is in het besluit een goedkeuring opgenomen, waarbij onder voorwaarden de verstrekker van de geschenken de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen, die door de ontvangende ondernemers, resultaatgenieters en werknemers verschuldigd zou zijn, afdraagt op lumpsumbasis.
Voor het gehele besluit zie de link: Besluit heffingsaspecten geschenken in natura.
(Ministerie van Financiën, Besluit van 13 oktober 2004, nummer CPP 2004/1606M)
Belastingplan 2005: Nota van wijziging 14 oktober 2004
De staatssecretaris van Financiën heeft een Nota van wijziging van enkele belastingwetten (Belastingplan 2005) naar de Tweede Kamer gezonden. De Nota bevat onder andere de volgende wijzigingen:
- aftopping kleinschaligheidsinvesteringsaftrek;
- verlagen van de aanslaggrens inkomstenbelasting naar € 40;
- beperking van de aftrek van gemengde kosten;
- autokostenfictie brengen onder de loonbelasting;
- vermindering verhoging zelfstandigenaftrek;
- accijns op kerosine binnenlandse vluchten;
- verhoging heffingsrente.
De wijzigingen hebben administratieve lastenverzwaringen tot gevolg voor zowel werkgevers als de Belastingdienst. Door de verlaging van de aanslaggrens in de inkomstenbelasting naar € 40, de wijziging in het systeem van de heffingsrente, het brengen van de autokostenictie onder de loonbelasting en de heffing van accijns op kerosine op binnenlandse vluchten, nemen de uitvoeringskosten van de Belastingdienst structureel met € 6 miljoen toe en de kosten voor werkgevers (volgens de staatssecretaris) met € 12,75 miljoen ! In de praktijk zal dit naar verwachting een veelvoud daarvan bedragen.
De tekst van de nota is te vinden onder de link: Nota van wijziging Belastingplan 2005.
(Ministerie van Financiën, 13 oktober 2004, AFP2004-862M, kamerstuk 29 767)
Brief Zalm over wijzigingen kabinetsplannen 12 oktober 2004
Naar aanleiding van de Algemene Beschouwingen heeft het kabinet besloten aan de motie van de coalitiepartijen, om de kabinetsplannen aan te passen, uitvoering te geven. Minister-president ad interim Zalm heeft dit in een brief aan de Staten-Generaal toegelicht.
De volledige brief met bijlage is te vinden via deze link: brief Zalm kabinetsplannen.
Enkele punten uit de brief:
- het grijs kenteken wordt gekoppeld aan het echte (fiscale) ondernemerschap via een nieuwe investeringsaftrek in de inkomstenbelasting/vennootschapsbelastingsfeer (in relatie tot het BPM-voordeel) en een extra kosten aftrek in de IB/Vpb-sfeer (in relatie tot het MRB-voordeel);
- de compensatie voor gehandicapten voor de grijze kentekens vervalt niet;
- de Film CV wordt gecontinueerd;
- de heffingsrente wordt verhoogd;
- de autokostenfictie wordt onder de loonbelasting gebracht;
- de eindheffing van het spaarloon gaat naar 25% en
- er komt een accijns op de kerosine voor binnenlandse vluchten.
(Ministerie van Algemene Zaken, nummer 04M469224, 4 oktober 2004)
Overgangsrecht en vragen bijleenregeling 12 oktober 2004
In een recent besluit heeft de staatssecretaris van Financiën vragen beantwoord over onder andere het overgangsrecht van de bijleenregeling bij een echtscheidingsconvenant, goedkoper wonen bij echtscheiding en bewoning door erfgenamen in afwachting van verkoop. Het besluit is te vinden via deze link: Besluit vragen bijleenregeling.
(Minsterie van Financiën, Besluit van 1 oktober 2004, nummer CPP2004/1696M)
Margeregeling op ingeruilde gazonmaaiers 12 oktober 2004
Dat de staatssecretaris van Financiën zich ook bezig houdt met huis, tuin en keukenzaken, blijkt uit het besluit over de toepassing van de margeregeling op ingeruilde gazonmaaiers (link: Besluit margeregeling ganzonmaaiers).
Een importeur van gazonmaaiers voerde via zijn dealers in twee opeenvolgende jaren zogenoemde "gazonmaaier-acties". Zeven jaar na aanschaf van de gazonmaaiers, kon de koper het complete aankoopbedrag bij inruil terug krijgen.Wel moet de koper aan een groot aantal voorwaarden voldoen. De staatssecretaris heeft geantwoord, dat de ingenomen gazonmaaiers bij verkoop onder de margeregeling vallen en dat daarbij de inkoopprijs van de ingeruilde maaiers nihil is. Ter lering en vermaak (en mogelijk in de praktijk bruikbaar) !
(Ministerie van Financiën, Besluit van 6 oktober 2004, nummer CPP2004/1529M)
Koeriersdienst is geen PTT: niet-ontvankelijk 12 oktober 2004
Met enige regelmaat komt het voor dat belastingplichtigen een koeriersdienst inschakelen om nog net op tijd een bezwaar- of beroepschrift in te dienen. Dat dit risico's met zich meebrengt leert het volgende.
In een onlangs door de Hoge Raad berecht geval, had de koeriersdienst op de laatste dag van de beroepstermijn (vrijdag 26 oktober 2001) het beroepschrift opgehaald. De koeriersdienst leverde echter het beroepschrift bij het Hof pas af op maandag 29 oktober 2001.
Volgens de Algemene wet bestuursrecht (AWB) is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend als het voor het einde van de bezwaar- of beroepstermijn ter post is bezorgd en als het niet later dan een week na afloop van die termijn is ontvangen.
Het Hof redde in eerste instantie de belastingplichtige door het in handen stellen van het beroepschrift aan een koeriersdienst gelijk te stellen met het ter post bezorgen van een bezwaar- of beroepschrift. De belastingplichtige werd daarom door het Hof in zijn beroep ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad besliste echter, gelijk aan eerdere uitspraken, dat verzending via een koerier niet is aan te merken als een verzending per post (PTT). De Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en verklaart de belastingplichtige alsnog niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Samengevat: een dure koeriersdienst.
(Hoge Raad, 8 oktober 2004, nummer 39.417)
Accountants krijgen nieuw tuchtrecht 12 oktober 2004
Op voorstel van de ministers Donner van Justitie en Zalm van Financiën heeft de ministerraad ingestemd met het onderbrengen van het tuchtrecht voor alle accountants in één wet. Op dit moment bestaat er nog een onderscheid in het tucht(proces)recht tussen registeraccountants (RA's van het NIvRA) en accountants-administratieconsulenten (AA's van de NOvAA). Er komt straks een gezamenlijke klachtencommissie met een door de ministers goedgekeurde voorzitter. De nu nog bestaande raden van tucht worden vervangen door een Accountantskamer bij de rechtbank Zwolle. Beroep tegen de uitspraken van deze kamer is mogelijk bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Pikant detail is, dat de NOvAA en MKB-Nederland voorlopig niet zullen deelnemen aan het platform toezicht accountantsorganisaties van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) omdat zij het niet eens zijn met het wetsvoorstel. Ook de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA's staakt zijn medewerking.
(Persbericht Ministerie van Justitie/Ministerraad, 8 oktober 2004)
Fiscus opent jacht op buitenlandse optierechten 07 oktober 2004
Nederlanders die werken voor buitenlandse ondernemingen kunnen vragen verwachten van de Belastingdienst over hun buitenlandse optierechten. Het gaat daarbij om optierechten die de Nederlandse werknemers hebben gekregen van hun buitenlandse werkgevers. De werknemers krijgen met een optierecht de mogelijkheid om tegen een vooraf afgesproken prijs aandelen te kopen in de buitenlandse onderneming die verbonden is aan de eigen werkgever in Nederland.
De komende twee jaren besteedt de Belastingdienst extra aandacht aan de verwerking van deze buitenlandse optierechten in de aangiften vanaf het jaar 1992 (!). Er zijn aanwijzingen dat er niet eerder over deze rechten belasting is geheven. Er is een inkeerregeling ter vrijwillige verbetering van de aangiften of voor het verstrekken van informatie en ter voorkoming van sancties.
(Belastingdienst, 4 oktober 2004)
Afschrijving op beleggingspanden: stellingen Belastingdienst volledig onjuist 01 oktober 2004
Al enige tijd woedt er een strijd tussen de fiscus en belastingplichtigen over fiscale afschrijving en op beleggingspanden. De wetgever heeft in het Belastingplan 2003 een (mislukte) poging gedaan om deze afschrijving af te schaffen. Een belastinginspecteur heeft in zijn proefschrift de stelling verdedigd dat de (toekomstige) waardestijging van het vastgoed in de afschrijvingen moeten worden betrokken. Vervolgens is de Belastingdienst met individuele belastingplichtigen de strijd aangegaan.
In een recente beroepsprocedure over deze jaarlijkse fiscale afschrijving op beleggingspanden heeft het Hof Amsterdam de stellingen van de inspecteur als onbruikbaar van de hand gewezen en in feite de Belastingdienst geheel in het ongelijk gesteld.
De inspecteur had in dit geval bij de aanslagregeling het gehele bedrag aan afschrijvingen gecorrigeerd. Taxateurs van de Belastingdienst hadden uitgebreide taxatierapporten opgesteld, waarin onder andere rekening was gehouden met inflatoire elementen (waardestijgingen) om de restwaarden van de onroerende zaken vast te stellen. Het Hof maakt korte metten met deze uitgangspunten.
Het Hof stelt dat de afschrijving tot doel heeft om de historische kostprijs, zoals die voor belanghebbende is ontstaan, te verdelen over de jaren waarin de onroerende zaken een bron van inkomen vormen. Daardoor dient in ieder jaar rekening te worden gehouden met een vermindering van het gebruiksnut. De afschrijving moet per afzonderlijke onroerende zaak worden bepaald. Hierbij blijft de (waarde van de) grond buiten aanmerking, omdat (bouw)grond geen waardevermindering ondergaat als gevolg van slijtage of gebruik. Er moet dus alleen worden afgeschreven van de opstal. De hoogte van die afschrijving is in enig jaar te stellen op de uitkomst van de breuk: (kostprijs minus restwaarde) gedeeld door de verwachte gebruiksduur. De gebruiksduur van de opstal is het aantal jaren tussen het tijdstip van aanschaf en het tijdstip waarop de opstal niet meer geschikt is voor het feitelijk gebruik waarvoor de opstal werd aangeschaft. Daarbij speelt niet alleen de technische, maar ook de economische veroudering een rol. Een in de zakelijke markt verhuurd kantoorpand is bijvoorbeeld aan het einde van zijn gebruiksduur gekomen zodra dat pand ook bij normaal onderhoud niet meer geschikt is voor verhuur op de zakelijke kantorenmarkt.
De te verwachten restwaarde dient, volgens het Hof, te worden gesteld op het deel van de historische kostprijs dat aan het einde van de verwachte gebruiksduur naar objectieve verwachting nog in de waarde van de opstal aanwezig zal zijn. Daarbij moet ieder inflatoir element en (andere) te verwachten omstandigheden die de waardeontwikkeling (kunnen) beïnvloeden, worden uitgeschakeld. Naar het oordeel van het Hof wordt door op deze manier af te schrijven, recht gedaan aan het stelsel van de Wet IB waarin vermogenswinsten op privé-vermogensbestanddelen onbelast blijven.
Over de manier waarop moet worden afgeschreven stelt het Hof, dat van het systeem van gelijkmatige (lineaire) afschrijving slechts kan worden afgeweken indien aannemelijk is dat het gebruiksnut, dat de opstal gedurende de verwachte gebruiksduur afwerpt, een onmiskenbaar onevenredig verloop heeft. In dit geval was daar niet van gebleken. Doordat de inspecteur in zijn standpunten was uitgegaan van restwaarden waarin rekening wordt gehouden met inflatoire elementen zoals (geprognosticeerde) ontwikkelingen van het huurprijspeil, waren volgens het Hof alle kwantificaties van de inspecteur onbruikbaar.
(Hof Amsterdam, 1 september 2004, nummer 02.06980)
Belastingplan 2005 24 september 2004
Het Belastingplan 2005 bevat fiscale voorstellen die rechtstreeks samenhangen met de fiscale uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord en het beleidspakket 2005. Gerichte inkomensondersteuning, versterking van het Nederlandse ondernemings- en vestigingsklimaat en vergroening zijn de speerpunten. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste maatregelen uit het Belastingplan 2005.
Inkomensondersteuning:
Om de inkomensontwikkeling van AOW-ers, sociale minima en gezinnen met kinderen te verbeteren heeft het kabinet een breed palet aan maatregelen genomen. In het Belastingplan worden de fiscale onderdelen daaruit geregeld. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
Verhogen van de algemene heffingskorting met € 30;
Verlengen van de eerste tariefschijf met € 400;
Verhogen van het tarief van de tweede schijf met 0,6%
Verhogen van de ouderenkorting met € 30;
Verhogen van de aanvullende ouderenkorting met € 35;
Verlagen van de algemene kinderkorting met € 34,
Verhogen van de aanvullende kinderkorting met € 135.
De budgettaire ruimte voor deze maatregelen wordt gevonden in het schrappen van de pc-privéregeling met ingang van 27 augustus 17.00 uur en het schrappen van de mogelijkheid voor een werknemer om in één jaar bij meer dan één werkgever van de spaarloonfaciliteit gebruik te maken (dubbel spaarloon).
De verhoging van de Energiebelasting (in het kader van de vpb-maatregelen) wordt teruggesluisd naar de particuliere huishoudens via een verhoging van de algemene heffingskorting met € 13 (naast de verhoging van € 30 voor koopkrachtreparatie).
De in het Belastingplan 2005 voorgestelde maatregelen leiden samen met de maatregelen uit het Strategisch akkoord, Hoofdlijnenakkoord en Belastingplan 2004 tot een stijging van het totale tarief van de eerste schijf met 0,85% en van de tweede schijf met 1,45%. De eerste en twee schijf komen daarmee uit op respectievelijk 34,40% en 41,95%.
Ondernemings- en vestigingsklimaat
Verlaging vennootschapsbelasting
De verlaging van de vennootschapsbelasting en de maatregelen die daarmee samenhangen zijn in een persbericht opgenomen (link:Persbericht verlaging Vpb.)
Versoepeling bedrijfsoverdracht
De vrijstelling van de waarde van een onderneming bij bedrijfsopvolging voor de belasting op schenkingen en erfenissen wordt verhoogd. Nu is onder voorwaarden 30 procent van het ondernemingsvermogen bij een overdracht van een onderneming vrij van deze belasting. Deze vrijstelling wordt verhoogd tot 50% van de waarde van de onderneming. Een werknemer of ondernemer die een bedrijf wil voortzetten, moet drie jaar samenwerken met de verkopende ondernemer om de belastingvrije 'doorschuif' in de inkomstenbelasting niet in gevaar te brengen. Voorgesteld wordt om die termijn te verkorten tot een periode van twee jaar.
Vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering
Om investeringen in stedelijke herstructurering in het algemeen, en de (her)ontwikkeling van bedrijfsterreinen en (binnen)stedelijke bedrijfslocaties in het bijzonder, te bevorderen wordt een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor stedelijke herstructurering ingevoerd.
Verruiming WBSO
De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) wordt verruimd. Deze verruiming is gericht op de stimulering van procesinnovatie. Om productiviteitsverbeteringen te bewerkstelligen zal Nederland het in toenemende mate moeten hebben van het slimmer organiseren van productieprocessen.
Vergroening
In het verlengde van de Beleidsnota verkeersemissies zijn in het Belastingplan 2005 onder andere de volgende maatregelen opgenomen:
- fiscale stimulering van roetfilters bij nieuwe dieselpersonenautos via de belasting op personenautos en motorrijwielen (BPM). Er moet sprake zijn van een emissie van (roet)deeltjes van niet meer dan 5 milligram per kilometer. De BPM voor schone dieselpersonenautos wordt in dat geval verminderd met € 600.
- differentiatie van de dieselaccijns naar zwavelgehalte, waarbij het accijnstarief voor andere dan zwavelvrije dieselolie wordt verhoogd met 1 cent per liter. Deze differentiatie treedt in werking met ingang van 1 juli 2005, zodat de branche voldoende tijd heeft om het productieproces aan te passen.
Verlaging tarief algemeen nut instellingen
Voor algemeen nut beogende instellingen geldt een tarief van 11% voor schenkingen en erfenissen Dit tarief wordt verlaagd met 3 procentpunten tot 8%. In het rapport van de werkgroep modernisering successiewetgeving is als onderdeel van een herziening van de successiewetgeving een algehele vrijstelling voor algemeen nut beogende instellingen geadviseerd. In het kabinetsstandpunt is toen al aangegeven dat geen budgettaire ruimte beschikbaar is voor een algehele vrijstelling.
Afschaffen keuzeregime aandelenopties
In het Belastingplan wordt voorgesteld de belastingheffing bij aandelenoptierechten uitsluitend nog plaats te laten vinden op het moment dat de optierechten worden uitgeoefend of vervreemd. Het zogenaamde keuzeregime in de loonbelasting wordt daarmee afgeschaft.
De mogelijkheid om (deels) onbelaste optiewinsten te realiseren wordt met deze maatregel voorkomen. Er kan namelijk geen keuze meer worden gemaakt en in alle gevallen moet er belasting betaald worden over het werkelijk gerealiseerde voordeel. Nederland loopt hiermee internationaal ook meer in de pas, aangezien de meeste andere landen op het realisatiemoment heffen.
Om te voorkomen dat er dubbele heffing ontstaat, komt er overgangsrecht voor opties die voor 1 januari 2005 onvoorwaardelijk zijn toegekend en voorwaardelijke opties die voor die datum onvoorwaardelijk zijn geworden.
In het keuzeregime kon door de belastingplichtige een keuze gemaakt worden uit twee heffingsmomenten, namelijk heffing op het moment waarop een onvoorwaardelijk aandelenoptierecht wordt toegekend of waarop een voorwaardelijk optierecht onvoorwaardelijk wordt (eerste heffingsmoment), dan wel heffing op het moment van uitoefening of vervreemding van het optierecht.
Overige maatregelen:
De surtax in de vennootschapsbelasting wordt met ingang van 1 januari 2005 afgeschaft. De surtax zou eigenlijk van toepassing zou zijn tot 1 januari 2006, maar wordt nu eerder afgeschaft omdat het preventieve effect bereikt is.
Er wordt een minimumbedrag aan accijns voor sigaretten en rooktabak geïntroduceerd. Vanuit de Eerste Kamer is hierom gevraagd tijdens de behandeling van het Belastingplan 2004. Het pakje sigaretten uit het goedkope segment van 20 stuks à € 2,90 zal daardoor naar verwachting met ongeveer € 0,15 in prijs (inclusief BTW) stijgen. Voor het pakje shag van het goedkope segment (€ 3,10 per 50 gram) leidt het minimum accijnsbedrag naar verwacht tot een prijsstijging van ongeveer € 0,20. De budgettaire opbrengst wordt onder andere gebruikt voor een verruiming van de vrijstelling vennootschapsbelasting voor herstelorganisaties van Rijksmonumenten met culturele bestemming.
Het eigenwoningforfait (EWF) wordt jaarlijks aangepast aan de gemiddelde huurontwikkeling. In 2005 vangt een nieuw WOZ-tijdvak aan en daarom wordt het EWF ook aangepast aan de gemiddelde WOZ-waardemutatie. Deze twee aanpassingen zorgen ervoor dat in 2005 het EWF zal wijzigen van 0,85% van de WOZ-waarde op peildatum 1 januari 1999 naar 0,60% van de WOZ-waarde op peildatum 1 januari 2003.
De willekeurige afschrijving arbo-bedrijfsmiddelen en de arbo-afdrachtvermindering komen per 1 januari 2005 te vervallen. Om tegemoet te komen aan de uit een evaluatie gebleken onvolkomenheden van deze regelingen bestaat het voornemen om met ingang van 1 januari 2005 deze regelingen te vervangen door één subsidieregeling van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
(Ministerie van Financiën, Persbericht AFP 2004-765, 21 september 2004)
Belastingambtenaar te zwaar: geen aftrek maagballon 14 september 2004
Een aanslagregelend ambtenaar van de Belastingdienst woog in 2001 ruim 109 kilogram bij een lengte van 1,76 meter. Daardoor heeft hij pijn in zijn onderbuik. Het volgen van een dieet en fitnesstraining helpen hem niet om af te vallen. Ten einde raad en op advies van zijn huisarts en internist laat hij een maagballon plaatsen. De kosten daarvan (€ 1.790) voert hij in het jaar 2001 op als buitengewone lasten wegens ziekte. De inspecteur accepteert deze afvalpost niet en het Hof in Arnhem is het daarmee eens. Volgens het Hof is er weliswaar sprake van zwaarlijvigheid, maar kennelijk niet in die mate dat zulks -behoudens de pijn in de onderbuik- heeft geleid tot (ernstige) lichamelijke en/of psychische klachten. Naar het ordeel van het Hof is het onvoldoende aannemelijk geworden dat de gekozen behandeling -het plaatsen van een ballon in de maag- vanuit medisch oogpunt geboden was.
Opmerkelijk is, dat de belastingambtenaar zich ook beroept op het gelijkheidsbeginsel onder andere met de stelling, dat de werkwijze van de Belastingdienst, waarbij de aangiften van de ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Financiën afwijkend worden behandeld ten opzichte van aangiften van "normale burgers". De aangiften van ambtenaren worden altijd handmatig behandeld en die van "gewone burgers" worden geautomatiseerd afgedaan. Dit betekent volgens de ambtenaar, dat indien bijvoorbeeld zijn buurman de onderhavige aftrekpost in zijn aangifte zou hebben opgevoerd deze niet zou zijn gecorrigeerd!
Het Hof maakt met deze stelling korte metten: Van schending van het gelijkheidbeginsel, als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, kan sprake zijn indien:
1. de inspecteur een beleid voert dat leidt tot een begunstigende behandeling van belastingplichtigen;
2. ten aanzien van (een) bepaalde belastingplichtige(n) sprake is van een "oogmerk tot begunstiging" of
3. de zogenoemde meerderheidsregel wordt geschonden. Daarbij gaat het erom, of in de meerderheid van de met het geval van belanghebbende vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven.
Aangezien in deze zaak van geen van deze gevallen sprake is, wijst het Hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel af.
(Hof Arnhem, 26 juli 2004, nummer 03.01697)
MOT en WID gestroomlijnd 13 september 2004
De Wet melding ongebruikelijke transacties (MOT) en de Wet identificatie bij dienstverlening (WID) worden gestroomlijnd. Op voorstel van minister Zalm van Financiën is de minsterraad daarmee akkoord gegaan. Het wetsvoorstel moet onder andere het volgende regelen:
- bevoegdheid van de toezichthoiuders MOT en WID om boetes en dwangsommen op te leggen bij niet-naleving van de wetten;
- als meldingen leiden tot strafrechtelijke vervolging worden meldende instellingen over de uitkomsten daarvan geïnformeerd;
- verwerking en analyse van meldingen worden toegespitst op specifieke misdrijven zoals witwassen en financiering van terrorisme;
- de toezichthouders kunnen aanwijzigingen geven over de administratieve organisatie aan instellingen die niet of onvoldoende voldoen aan de wetelijke verplichtingen.
De wetswijziging beoogt een geringer aantal meldingen en daardoor minder administratieve lasten maar wel een betere opvolging van de meldingen. Dit wordt bereikt door een risico-gebaseerde benadering.
(Persbericht Ministerraad, Ministerie van Financiën, 10 september 2004)
Vraag- en antwoordbesluit reiskosten 13 september 2004
De staatssecretaris van Financiën heeft een geactualiseerd besluit gepubliceerd op het gebied van de reiskosten. De vragen en antwoorden zijn aangepast aan de situatie per 1 januari 2004 en zijn te vinden via deze link: Vraag- en antwoordbesluit reiskosten.
Inhoudelijke wijzigingen zijn er niet, behalve onderdeel 8: Meerdere malen per dag heen en weer reizen. Het besluit geldt ook (voor zover van toepassing) voor de premieheffing werknemersverzekeringen.
(Ministerie van Financiën, Besluit van 6 september 2004, nummer CPP2004/183M)
100 belastingplichtigen krijgen proces-verbaal 13 september 2004
Onder leiding van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie (OM) gaat de Belastingdienst de komende weken ongeveer 100 belastingplichtigen als verdachten verhoren. Het gaat daarbij om het vermoedelijk opzettelijk niet verstrekken van gevraagde informatie over buitenlandse bankrekeningen. De belastingplichtigen hebben vragen van de Belastingdienst over hun buitenlandse bankrekeningen niet of niet geheel volledig beantwoord, hoewel de dienst daar meerdere keren om gevraagd heeft.
De belastingplichtigen hebben een "laatste kans-brief" ontvangen, maar hebben ook daar geen gehoor aan gegeven. In de brief zijn de gevolgen van het nalaten aangegeven: het weigeren om informatie te verstrekken is een strafbaar feit. De belastingplichtigen worden verhoord en er wordt proces-verbaal opgemaakt. Als de belastingplichtige niet verschijnt voor het verhoor, kan in het uiterste geval worden overgegaan tot aanhouding.
Dit alles vindt plaats in het kader van het "rekeningenproject" waarin onderzoek wordt gedaan naar buitenlandse bankrekeningen van belastingplichtigen. Er zijn al aanslagen inclusief boetes opgelegd, waartegen inmiddels bewaren zijn ingediend.
(Persbericht Ministerie van Financiën, 8 september 2004, nummer 2004-128)
Meer informatie van gemeenten over WOZ-gegevens 08 september 2004
De Vereniging van WOZ-gedupeerden uit Renkum procedeert al enkele jaren tegen de gemeente om gegevens omtrent de waardebepaling van hun onroerende zaken boven tafel te krijgen. De gemeente neemt als standpunt in dat de privacybepalingen verhinderen om gegevens in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ) openbaar te maken of aan de vereniging te verstrekken. Onlangs kreeg de vereniging van de Raad van State, na drie jaar procederen, gelijk.
Op grond van de Wet WOZ waarderen alle gemeenten in Nederland eens in de vier jaren de onroerende zaken. De nieuwe "WOZ-ronde", die begin 2005 van start gaat, heeft als waardepeildatum 1 januari 2003. De waarde op de WOZ-beschikking geldt voor de heffing van de gemeentelijke onroerende-zaakbelastingen, het eigen-woningforfait in de inkomstenbelasting en de waterschapsgheffingen. Is men het niet eens met de waardering, dan kan men bezwaar en beroep aantekenen. Men heeft daarbij de gegevens van de gemeente nodig om te kunnen beoordelen hoe de waarde is bepaald en vastgesteld.
De Raad van State heeft onlangs in de procedure van de Vereniging WOZ-gedupeerden bepaald, dat de gemeenten meer informatie moeten geven dan tot dusver het geval is. Met name gegevens die de gemeente gebruikt als vergelijkingsmateriaal en de bijbehorende berekeningen dienen volgens de Raad va State te worden verstrekt.
Bij het beoordelen van de komende WOZ-beschikkingen is het daarom zaak deze gegevens aan de gemeente te vragen om bezwaarschriften goed te kunnen onderbouwen.
(Raad van State, 11 augustus 2004, nummer 200306466/1)
Percentage heffings- en invorderingsrente bij belastingen 4e kwartaal 2004 02 september 2004
De Staatssecretaris van Financiën heeft bekend gemaakt, dat met ingang van 1 oktober 2004 het percentage heffings- en invorderingsrente bij belastingen voor het vierde kwartaal van 2004 is gesteld op: 3,50. Dit is percentage is gelijk aan de rente over het derde kwartaal 2004.
(Staatssecretaris van Financiën, 24 augustus 2004, nummer WDB 2004/459M)
Mailing belastingdienst naar een miljoen ondernemers 01 september 2004
De belastingdienst mailt deze week ongeveer een miljoen ondernemers een brochure over de elektronische aangiften die per 1 januari 2005 verplicht zijn. Het gaat daarbij om de winstaangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, de aangiften omzetbelasting en intracommunautaire leveringen. Voor de aangiften loonbelasting geldt de verplichting vanaf 1 januari 2006. De mailing is onderdeel van een landelijke campagne van de belastingdienst om ondernemers en intermediairs voor te bereiden op de elektronische aangiften. Voor de intermediairs organiseert de belastingdienst vanaf medio september 2004 een tiental roadshows.
Ondernemers kunnen ook via de website van de belastingdienst (www.belastingdienst.nl) on-line aangifte doen en krijgen daarvoor vanaf medio september (per belastingsoort) inlogcodes en wachtwoorden. Ondernemers kunnen ook via hun eigen (fiscale) administratiesoftware of die van hun adviseurs elektronisch aangifte doen.
(Persbericht Ministerie van Financiën, 31 augustus 2004, nummer 2004-124)
PC-privéregeling afgeschaft op 27 augustus 2004 vanaf 17.00 uur 30 augustus 2004
Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft op 27 augustus de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer in kennis gesteld, dat de Ministerraad op die dag heeft besloten per omgaande de pc-privéregeling af te schaffen. De reden voor dat besluit is, dat signalen uit de samenleving wezen op anticipatiegedrag en daarmee een budgettaire derving dreigde. De budgettaire opbrengst van het afschaffen van de pc-privéregeling wordt aangewend voor koopkrachtreparatie bij minima en ouderen.
Een werknemer die voor vrijdag 27 augustus 2004, 17.00 uur een pc en/of randapparatuur in gebruik heeft genomen of waarvoor hij nog voor dat tijdstip een verplichting tot aanschaffing van een pc is aangegaan, kan gebruik blijven maken van de oude regeling.
(Brief Staatssecretaris van Financiën, 27 augustus 2004, AFP 2004-712)
Wijziging Uitvoeringsregeling AWR inzake elektronische aangiften 24 augustus 2004
De Staatssecretaris van Financiën heeft op 11 augustus 2004 het lang verwachte besluit genomen de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen te wijzigen om wettelijk de elektronische aangiften met ingang van 1 januari 2005 mogelijk te maken. Het besluit is te vinden via deze link: Besluit elektronische aangiften.
Het besluit heeft tot doel dat met ingang van 1 januari 2005 de volgende aangiften elektronisch geschieden:
- aangiften inkomstenbelasting 2004 voor administratieplichtigen (degene die winst uit onderneming genieten) die binnenlandse belastingplichtig zijn;
- aangiften vennootschapsbelasting 2004 voor lichamen die binnenlands belastingplichtig zijn en
- aangiften omzetbelasting (tijdvakken vanaf 1 januari 2005) voor ondernemers en fiscaal vertegenwoordigers die in Nederland woonachtig of gevestigd zijn.
Voor de loonbelasting en de premies volks- en werknemersverzekeringen geldt de verplichting tot het doen van elektronische aangiften voor tijdvakken vanaf 1 januari 2006.
In het besluit is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen, indien het doen van elektronische aangiften onredelijk bezwarend is. De ontheffing geldt voor maximaal een jaar. Als criterium voor "onredelijk bezwarend" geeft de staatssecretaris alleen de mogelijkheid, dat de betrokkene dan wel degene die voor hem de aangiften verzorgt al dan niet de beschikking heeft over een computer. Bij een startende ondernemer kan de inspecteur uit eigener beweging ontheffing verlenen, indien daartoe de behoefte bestaat.
In de toelichting op het besluit wordt verder nog ingegaan op de verschillende wijze van het doen van aangiften langs elektronische weg en de aanpassing van de Algemene Wet Bestuursrecht aan de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer die op 1 juli 2004 in werking is getreden.
(Besluit Staatssecretaris van Financiën van 11 augustus 2004, nummer WDB2004/448M, Staatscourant nummer 154)
Fotos niet voldoende: verbouwing aantonen met schriftelijke bewijsstukken 20 augustus 2004
Een woningeigenaar verbouwt in 1999 zijn woning en verhoogt daarvoor zijn hypothecaire lening met fl. 58.000. Met schriftelijke bescheiden kan hij aantonen, dat van dat bedrag fl. 28.000 aan de verbouwing is besteed. Ook de overige fl. 30.000 zijn volgens de eigenaar in de woning geïnvesteerd. Hij heeft echter vele bedragen zwart betaald, omdat uitvoering door een aannemer veel te duur zou worden. De verbouwing heeft hij door kennissen uit de buurt laten doen. Hij betaalde bijvoorbeeld rechtstreeks aan een loodgieter, die dan materialen (met korting) ging halen bij de groothandel. Dat meer is geïnvesteerd dan het met schriftelijke bewijzen aantoonbare bedrag, blijkt onder andere uit fotos en de waardestijging van de woning. Het Hof Den Bosch stelt vast dat op grond van de (oude) Wet IB 64 renten van schulden welke zijn aangegaan ter verwerving, verbetering en onderhoud van de woning en verzekerd door hypotheek op die woning voorzover deze met schriftelijke bescheiden kunnen worden gestaafd buiten aanmerking blijven voor de saldering voor de rentevrijstelling. De bewijslast rust daarbij op de woningeigenaar. Deze stelt, dat het overleggen van rekeningen niet vereist is, maar dat kan worden volstaan met plausibele elementen zoals de omvang van de verbouwing, de bijgevoegde fotos, maatschappelijke - en ervaringsgegevens en de sterk gestegen WOZ-waarde. Het Hof beslist dat deze stelling moet worden verworpen, omdat dergelijke documenten niet kwalificeren als schriftelijke bescheiden. De verbouwingskosten kunnen derhalve niet tot een hoger bedrag dan fl. 28.000 met schriftelijke bescheiden worden gestaafd. De betaalde rente hierover is als aftrekbare kosten in mindering te brengen op het inkomen en behoeft niet te worden gesaldeerd ten behoeve van de rentevrijstelling; de overige rente komt in aanmerking als persoonlijke verplichting en moet daarom gesaldeerd worden met ontvangen rente voor de rentevrijstelling.
(Hof Den Bosch, 7 april 2004, nummer 02.02130)
Niet-ontplofte bom in de tuin: waardedrukkende factor voor de WOZ 18 augustus 2004
In de tuin van belanghebbende ligt een niet-ontplofte bom uit de Tweede Wereldoorlog. Het inslagpunt van de bom is gelegen op de erfafscheiding van de tuin van de woning op 8 meter van de achtergevel. De tuin kan daardoor alleen als tuingrond worden gebruikt. Zelfs trillingsvrije verbouwingswerkzaamheden mogen nu niet meer plaatsvinden. De gemeente stelt de waarde van de woning voor de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ) op 1 januari 1999 vast op ruim € 450.000, terwijl belanghebbende een waarde van bijna € 378.000 bepleit. De gemeente stelt, dat de aanwezigheid van de niet-ontplofte bom geen waardedrukkend effect met zich meebrengt, omdat de ontruimingskosten helemaal op de gemeente kunnen worden verhaald. In de procedure bij het Hof Den Haag wordt vastgesteld, dat er geen noodzaak aanwezig is tot ruiming van de bom, zolang op de locatie waar de bom zich bevindt geen bouw- en grondwerkzaamheden plaatsvinden. Dat de verwijderingskosten van de bom op de gemeente kunnen worden verhaald is zonder betekenis voor de waardering van onroerende zaken omdat de waarde moet worden vastgesteld naar de staat waarin de zaak op de waardepeildatum verkeert met inachtneming van op die datum aanwezige gebreken. De wetenschap van een niet-ontplofte bom op de erfafscheiding zal, volgens het Hof, potentiële kopers afschrikken. Dat is een waardedrukkende factor, waarmee met de waardebepaling rekening dient te worden gehouden. Het Hof stelt dan in goede justitie de waardedrukkende factor op € 22.000 vast en de waarde van de woning op € 428.000.
(Hof Den Haag, 3 augustus 2004, nummer BK-03.03484)
DGA als uitgezonden IT-consultant niet premieplichtig 18 augustus 2004
Een dga werkt aan een project bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hij doet dat via een contract van zijn BV met Info Motion BV. Info Motion heeft een contract met CMG, waardoor de dga 2 ½ maand bij de VNG werkt. Het UWV stelt dat primair dat voor deze periode sprake is geweest van een gewone arbeidsovereenkomst van de dga bij Info Motion en subsidiair van een fictieve dienstbetrekking. Daardoor is volgens het UWV de dga premieplichtig. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) overweegt dat is voldaan aan de vereisten van persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetalingsverplichting, zodat het alleen de vraag is of er sprake is van een gezagsverhouding in het kader van de toets naar de verzekeringsplicht op grond van de sociale verzekeringswetten.
De CRvB oordeelt dat er niet kan worden gesproken van een gezagsrelatie tussen Info Motion en de dga. De dga verrichtte de werkzaamheden niet ten kantore van Info Motion, zodat het geven van opdrachten niet direct voor de hand lag. Het UWV heeft geen onderzoek gedaan naar de vraag of er leiding en toezicht was van CMG of van de VNG, zodat ook langs deze weg niet van een vereiste gezagsverhouding is gebleken. De Raad acht daarom geen verzekeringsplicht op grond van de sociale verzekeringswetten aanwezig.
Het UWV had de verzekeringsplicht ook nog gebaseerd op de stelling dat er sprake is van een fictieve dienstbetrekking. De CRvB moet dan de vraag beantwoorden of de dga de werkzaamheden heeft verricht als zelfstandige. De Raad stelt vast dat uit het overzicht van de werkzaamheden van de dga blijkt, dat er sprake is van een grote verscheidenheid aan activiteiten en een groot aantal, elkaar min of meer opvolgende, opdrachten op detacheringsbasis dan wel werkzaamheden bij derden die rechtstreeks door de dga zelf zijn verworven en die ingebed zijn in de bedrijfsvoering van de vennootschap van de dga. Naar het oordeel van de CRvB verricht de dga de werkzaamheden als zelfstandige, zodat ook op dat punt geen verzekeringsplicht wordt aangenomen.
(Centrale Raad van Beroep, 22 juli 2004, nummer 02.6437ALGEM)
Overledene krijgt boete: kostenvergoeding voor bezwaar en beroep 12 augustus 2004
Op 4 april 2003 legt de inspecteur een boete op aan een vrouw die op 5 maart 2003 is overleden. De inspecteur mag echter volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) helemaal geen boete opleggen aan een overleden belastingplichtige. De erven van de overleden vrouw nemen een adviseur in de arm. Deze neemt telefonisch contact met de inspecteur op en wijst hem erop dat mevrouw op 5 maart 2003 is overleden. De inspecteur antwoordt:We zullen er naar kijken. We bellen u terug. of woorden van gelijke strekking. Ambtelijke molens draaien echter traag en de adviseur is genoodzaakt bezwaar in te dienen. Na bezwaar wordt de boete tot nihil verminderd. De erven vragen een vergoeding van de kosten die in zij in de bezwaarfase hebben moeten maken. De inspecteur wijst het verzoek om kostenvergoeding echter af. In de beroepsprocedure bij het Hof Amsterdam stelt de inspecteur, dat de adviseur geen vergoeding had behoeven te berekenen, omdat één telefoontje genoeg zou zijn geweest om de boete te laten vervallen. Het Hof merkt fijntjes op dat de adviseur dat heeft getracht, maar dat de inspecteur het vervallen van de boete niet heeft toegezegd en niet heeft teruggebeld. Tegen het einde van de bezwaartermijn instellen van bezwaar is dan zonder meer redelijk. Het Hof kent daarom alsnog een vergoeding van de kosten van de bezwaarfase toe èn veroordeelt de inspecteur ook tot betaling van de kosten die belanghebbenden gemaakt hebben in verband met de behandeling van het beroep. Tevens moet het gestorte griffierecht worden vergoed.
(Hof Amsterdam, 4 mei 2004, nummer 03.04118)
Vooraftrek omzetbelasting als facturen niet worden betaald? 12 augustus 2004
Een ondernemer dient voor de omzetbelasting een suppletieaangifte over 1996 in. Daarop meldt hij een bedrag aan verschuldigde omzetbelasting van ruim 23.000 gulden, maar claimt ook aftrek van voorbelasting van 15.000 gulden. De inspecteur houdt bij het opleggen van de naheffingsaanslag echter geen rekening met de geclaimde aftrek. Het argument van de inspecteur is, dat redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de ondernemer de facturen over 1996 niet zal betalen. Als dat inderdaad het geval is, wordt geen vooraftrek verleend. Dat de ondernemer de facturen niet zal betalen, leidt de inspecteur onder andere af uit een brief uit het jaar 2000 van de Gemeentelijk Kredietbank. Uit die brief blijkt, dat de ondernemer verzoekt om een schuldregeling en een schuldenlast heeft van 119.000 gulden. De ondernemer bestrijdt dat echter in de procedure bij het Hof Den Bosch. Uit de brief blijkt ook niet, dat het gaat om schulden uit 1996 of op welk tijdstip de schulden zijn ontstaan. Het Hof vindt met de inspecteur, dat er over 1996 geen omzetbelasting is afgedragen, maar beslist ook dat niet aannemelijk is, dat reeds in 1996 redelijkerwijs kon worden aangenomen dat belanghebbende de betreffende facturen niet of niet geheel zou betalen. De geclaimde vooraftrek blijft derhalve in stand.
(Hof Den Bosch, 12 mei 2004, nummer 02.02633)
Versoepeling fiscale behandeling bedrijfsoverdrachten 30 juli 2004
Bij verkoop of beëindiging van een onderneming moet de verkoper in beginsel belasting betalen over het verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde van de onderneming. Ook als een ondernemer overlijdt moet belasting betaald worden, zowel inkomstenbelasting als successierecht. De belastingwetgeving kent weliswaar mogelijkheden om die belastingheffing uit te stellen en te matigen, maar in de praktijk blijken die niet altijd voldoende. De overdracht wordt dan bemoeilijkt doordat een fors bedrag op tafel moet komen om de belasting te voldoen. Vaak is het benodigde geld in de onderneming gestoken. Als dat geld uit de onderneming moet komen kan dat de onderneming in gevaar brengen. Vanuit de praktijk is regelmatig kritiek te horen op de bestaande faciliteiten.
Staatssecretaris van Financiën Wijn heeft naar aanleiding van een motie van CDA Kamerlid mevrouw Van Vroonhoven-Kok onderzoek verricht naar de knelpunten bij bedrijfsoverdrachten. In een brief aan de Tweede Kamer heeft hij aangekondigd om de regelingen op een aantal punten te versoepelen. Een ondernemer die zijn onderneming wil overdragen zonder belastingheffing kan dat doen als hij tenminste drie jaar met zijn opvolger samenwerkt. Die termijn wordt verkort naar twee jaar. Bij het overlijden van een ondernemer moeten de erfgenamen successierecht betalen over het verkregene. Onder voorwaarden is nu nog 30% van de waarde van de onderneming vrijgesteld. Dat wordt 50%.
[Brief Staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer, 12 juli 2004, nr. WDB 2004-420M]
Voor de ondernemers/natuurlijke personen is dit een goed bericht. Voor ondernemers die hun onderneming in de vorm van een BV drijven verandert er niets.
WeeTeePeetjes 30 juli 2004
Een restauranthoudster kreeg in de periode van 1996 tot en met 2000 maar liefst 23 keer bezoek van de Belastingdienst. De medewerkers voerden bij die gelegenheden een zogenoemde waarneming ter plaatse uit, doorgaans kortweg WTP genoemd. De waarnemingen bleken niet voor niets. Bij elk bezoek waren meer mensen aan het werk dan in de loonadministratie was verantwoord. Sommigen verlieten het pand direct nadat de controleurs zich bekend hadden gemaakt, een kok liet zelfs zijn pannen voor wat ze waren en liet de gasten hongerig achter. De controleurs werd verteld dat de niet-geregistreerden familie waren die onbetaald hielpen. Anderen zeiden niet in het restaurant te werken of slechts twee dagen op proef te zijn geweest. In veel gevallen niet was voldaan aan de verplichtingen om een kopie van het identiteitsbewijs te bewaren en om de werknemers een loonbelastingverklaring te laten invullen. De plechtige beloftes om die gegevens alsnog te verstrekken werden telkenmale niet nagekomen. De inspecteur becijferde dat in de gecontroleerde periode € 249.078 te weinig loonbelasting was inhouden en stuurde daarvoor naheffingsaanslagen, verhoogd met 50% boete en heffingsrente. De restauranthoudster verweerde zich dapper, maar de rechter vond geen van de aangevoerde argumenten geloofwaardig. Aanslagen en boetes bleven in stand.
[Hof Amsterdam, 1 juli 2004, nummer 02.04911
Alles aangegeven, toch te lage aanslag: mag de inspecteur alsnog corrigeren? 30 juli 2004
Bij het invullen van de aangifte inkomstenbelasting over 1997 merkt een mevrouw dat het aangiftebiljet slechts ruimte heeft voor loon van drie werkgevers. Zij had in dat jaar van vijf werkgevers loon ontvangen. Twee daarvan schrijft zij bovenaan de bladzijde, waarnaar zij met een sterretje verwijst. Zij telt wel alle bedragen mee. Bij het intoetsen van de aangifte worden die twee bedragen over het hoofd gezien. Bij de automatische vergelijking van het aangegeven loon met de ter inspectie bekende gegevens wordt de fout niet ontdekt. De gegevens waren nog niet in de bestanden van de Belastingdienst zijn verwerkt. Mevrouw krijgt een veel te lage aanslag. Als de fout wordt ontdekt stuurt de inspecteur mevrouw een navorderingsaanslag voor het verschil. Daar is zij het niet mee eens. Zij vindt dat de inspecteur alle benodigde gegevens heeft gehad. De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur buiten zijn boekje is gegaan. Hij mag niet navorderen omdat de gegevens hem waren verstrekt. Hij heeft ze alleen niet gezien. In de woorden van het arrest: de aanslag is te laag vastgesteld als gevolg van een verwijtbaar onjuist inzicht van de Inspecteur in de feiten die bepalend zijn voor de omvang van de belastingplicht en niet als gevolg van een vergissing die heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd. De Hoge Raad voegt daar nog aan toe dat de fout mede het gevolg is van de werkwijze die de Belastingdienst heeft gekozen. Die werkwijze brengt mee dat tussentellingen niet worden bekeken en dat overigens slechts een beperkte controle plaatsvindt. Kennelijk moeten de risicos van de werkwijze voor rekening van de Belastingdienst komen.
[Hoge Raad, 9 juli 2004, nummer 38.980]
Besluit Successierecht pensioen- en lijfrenteregeling 12 juli 2004
Voor de verkrijging van aanspraken op grond van een pensioenregeling, een lijfrente of een periodieke uitkering bij overlijden, geldt voor het successierecht een vrijstelling. Aan de Staatssecretaris van Financiën zijn vragen voorgelegd in verband met de toepassing van de pensioen- en lijfrenteregeling in de Successiewet 1956. In het Besluit van 5 juli 2004 zijn die vragen met de bijbehorende antwoorden opgenomen: Besluit Successierecht Pensioen- en lijfrenteregeling.
(Ministerie van Financiën, Besluit van 5 juli 2004, nummer CPP2004/1514M)
Inspecteur moet uitstel indiening aangifte bewijzen 12 juli 2004
Regelmatig komt het voor dat belastingplichtigen zich beroepen op overschrijding van termijnen door de inspecteur. Het gaat dan om het opleggen van aanslagen binnen de driejaarstermijn of het opleggen van navorderingsaanslagen binnen 5 jaar. In een procedure bij het Hof Den Bosch stelt de belanghebbende, dat noch hij noch zijn toenmalige belastingadviseur er van op de hoogte was dat er uitstel van indiening van de aangifte was verleend. De navorderingsaanslag over het belastingjaar 1989 is gedagtekend 10 november 1995 en de belanghebbende nam het standpunt in, dat er geen uitstel is verleend. Daardoor is de navorderingsaanslag buiten de vijfjaarstermijn opgelegd en moet worden vernietigd.
De inspecteur stelt daartegenover, dat volgens de zogenoemde beconregeling elf maanden uitstel is verleend voor het doen van aangifte, maar heeft daarvoor geen bewijs. Sterker nog, de inspecteur meldt: "Op de vraag hoe het kan dat in sommige zaken het VA-biljet waaruit het verleende uitstel blijkt nog wel in ons dossier aanwezig is en in andere zaken niet, kan ik alleen maar antwoorden dat er soms iets mis gaat bij het opschonen van dossiers. Zolang er nog geprocedeerd wordt over een belastingaanslag, moeten deze gegevens bewaard blijven. Misschien is het VA-biljet in de onderhavige zaak per ongeluk niet in het "procesmapje" gelegd en vervolgens weggegooid. Wanneer het is weggegooid kan ik met geen mogelijkheid zeggen. Ook weet ik niet of het biljet nog in het dossier aanwezig was toen het bezwaar of toen het beroep werd ingesteld. Ik beschik niet over andere bewijsstukken waaruit zou kunnen blijken dat aan belanghebbende of diens adviseur kenbaar is gemaakt dat er uitstel is verleend."
Het Hof in Den Bosch maakt korte metten met de opmerkingen van de inspecteur. Het Hof vindt dat een inspecteur de op de zaak betrekking hebbende stukken ordelijk behoort te bewaren zolang de procedure nog niet is afgerond. In een procedure waarin de navorderingsaanslag is opgelegd na verloop van de termijn van vijf jaren na afloop van het desbetreffende belastingjaar, behoren tot die stukken de bescheiden waaruit de verlening van het uitstel kan blijken, ongeacht of in bezwaar en beroep de stelling wordt ingenomen dat de navorderingsaaanslag buiten de geldende termijn is opgelegd.
Het Hof vernietigt vervolgens de navorderingsaanslag.
(Hof 's-Hertogenbosch, 5 april 2004, nummer 99.02245)
Handvat reiskostenvergoeding m.i.v. 1 januari 2004 07 juli 2004
De praktische handleiding voor de behandeling van de per 1 januari 2004 gewijzigde reiskostenvergoedingen is aangepast. Op 12 maart 2004 had de Staatssecretaris van Financën een eerste versie van het besluit het licht doen zien. Met de datum van 5 juli 2004 is dit besluit al vervangen. In het nieuwe besluit worden onder andere behandeld de regeling met ingang van 1 januari 2004, de saldering van de vergoeding voor woon-werkberkeer met vergoedingen voor overige zakelijke kilometers, vaste kostenvergoedingen, het carpoolen, tol- en veergelden, parkeergelegenheid en overgangssituaties. Het besluit geldt niet alleen voor de loonbelasting maar ook voor de premieheffing werknemersverzekeringen en is te vinden onder de link: Besluit reiskostenvergoedingen per 1 januari 2004.
(Ministerie van Financiën, Besluit van 5 juli 2004, nummer CPP2004/1409M)
Nieuwe regeling kilometervergoeding in 2005 geëvalueerd 05 juli 2004
Staatssecretaris Wijn van Financiën heeft naar aanleiding van vragen uit de Eerste Kamer laten weten, dat de monitoring van de nieuwe versoberde regeling voor kilometervergoeding in 2005 resultaat zal opleveren. Op basis van de informatie met betrekking tot de loonbelasting en de CAO-aanpassingen zal dan duidelijk zijn hoe een en ander in het belastingjaar 2004 is verlopen.
De vragen van de leden van de Eerste Kamer hadden betrekking op berichten, dat het midden- en kleinbedrijf en de zorgsinstellingen in de problemen zijn gekomen bij het uitvoeren van hun primaire taken. Dit wordt veroorzaakt doordat werknemers de auto laten staan en op de fiets of met het openbaar vervoer hun werkzaamheden uitvoeren omdat de kilometervergoeding niet meer toereikend is. De Staatssecretaris geeft aan dat de signalen die hij binnenkrijgt divers zijn. In verschillende sectoren worden afspraken op CAO-niveau gemaakt. Daarnast wordt in een aantal gevallen de vergoeding gebruteerd. Pas in 2005 zal er meer duidelijkheid zijn over de effecten van de per 1 januari 2004 ingegane regeling.
(Ministerie van Financiën, 2 juli 2004, nummer AFP 2004-00371 U)
Rijschoolhouder dronken: verlies niet aftrekbaar 02 juli 2004
Op zaterdag 5 mei 2001 rijdt een autorijschoolhouder met z'n lesauto, die tot het ondernemingsvermogen behoort, over de A-15. Het komt tot een aanrijding met een andere auto. De lesauto raakt daarbij total-loss. Bij de blaasproef blijkt de rijschoolhouder een alcoholgehalte in z'n adem te hebben, dat veel hoger is dan 220 mg per liter uitgeademde lucht, namelijk 351. Hij wordt daarvoor veroordeeld door de politierechter tot een geldboete van fl. 1.100. Omdat sprake is van alcoholgebruik (misbruik) keert de verzekeringsmaatschappij de total-loss-schade niet uit. De rijschoolhouder brengt daarop het verlies van het verloren gaan van de auto in mindering op zijn winst uit onderneming. Het Hof Den Haag stelt vast, dat de rijschoolhouder alleen in de auto aanwezig was en dat verlichting werd gevoerd. Volgens het Hof is het ongeval daarom geschied tijdens een privérit. De gevolgen van een voor persoonlijke doeleinden gebruiken van een bedrijfsmiddel zijn voor het persoonlijke en niet voor het zakelijke risico van een ondernemer. De schade komt dan ten laste van het privé-vermogen van de ondernemer en niet van het ondernemingsvermogen. Het verlies is niet aftrekbaar.
Alcohol maakt ook fiscaal meer kapot dan je lief is .....
(Hof 's-Gravenhage, 4 mei 2004, nummer 03.02376)
Toepassing interne compensatie altijd mogelijk 29 juni 2004
Als u bezwaar maakt tegen een (onder)deel van een belastingaanslag, maakt u eigenlijk bezwaar tegen de hele aanslag. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad is een belastingaanslag namelijk één besluit en bestaat dus niet uit verschillende besluiten. Hierdoor kan de inspecteur in de bezwaar- en beroepsfase afwijken van zijn standpunt dat hij bij het opleggen van de aanslag heeft ingenomen. Het gevolg hiervan kan zijn, dat u in bezwaar en beroep gelijk krijgt, maar dat de aanslag per saldo niet verminderd wordt omdat de inspecteur "interne compensatie" toepast. Hij kan andere elementen van de aanslag aanvoeren en stellen dat de aanslag, hoewel op één punt onjuist, gelet op andere punten niet tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Een troost hierbij: de aanslag mag niet verhoogd worden.
De Hoge Raad heeft onlangs weer eens aangegeven, dat interne compensatie altijd mogelijk blijft. In het berechte geval had het Hof in eerste instantie de belanghebbende gelijk gegeven. Het Hof stelde dat de inspecteur bij de aanslagregeling gezien en genoteerd had, dat een bepaald bedraag aan hypotheekrente was betaald. Volgens het Hof mocht de inspecteur in de beroepsfase zijn standpunt niet wijzigen of aanpassen. Hier haalt de Hoge Raad echter een streep door: dat er volgens het Hof geen grond zou zijn voor interne compensatie berust op een onjuiste rechtsopvatting. De zaak is daarom naar een ander Hof verwezen.
(Hoge Raad, 25 juni 2004, nummer 38997)
Schuld is fiscaal geen schuld 29 juni 2004
Bij de notaris schenken ouders hun 5 kinderen in totaal een bedrag van fl. 100.000. De ouders blijven het bedrag schuldig en leggen dat vast in een notariële akte. Volgens die akte zijn zij over die fl. 100.000 5% rente per jaar verschuldigd. Nadat de ouders zijn overleden, is het de vraag of het geschonken en schuldigerkende bedrag als verkrijging voor het successierecht moet worden belast. Het Hof in Arnhem stelt vast, dat er nooit bedragen op de oorspronkelijke hoofdsom zijn afgelost. Ook is er geen rente aan de kinderen betaald. Het bedrag staat wel op een bankrekening, maar de kinderen konden niet aan het tegoed van die rekening komen. De rekening stond namelijk niet op hun naam. Het Hof beslist, dat de overledene tot aan zijn overlijden over het geschonken en schuldigerkende bedrag kon beschikken en de vruchten daarvan kon plukken. Het bedrag moet daarom belast worden voor het successierecht.
(Hof Arnhem, 17 mei 2004, nummer 02.03549)
Nieuw Besluit fietsgebruik woon-werkverkeer 29 juni 2004
Ter stimulering van het fietsgebruik voor het woon-werkverkeer zijn een aantal fiscale faciliteiten in het leven geroepen. In een geactualiseerd besluit van 28 juni 2004 zijn verwerkt: de verruiming van de fietsregeling per 1 januari 2002, het vervallen van de fietsaftrek per 1 januari 2003 en de wijzigingen per 1 januari 2004 in de fietsregeling. In het besluit worden de faciliteiten in algemene zin beschreven en wordt ingegaan op vragen die daarover vanuit de praktijk zijn gesteld.
Het besluit is te vinden via deze hyperlink: Besluit Fietsgebruik.
(Besluit van de directeur-generaal van de Belastingdienst namens de staatsecretaris van Financiën, d.d. 22 juni 2004, nummer CPP2004/1454M)
Besluit fiscale behandeling werkkamer 14 juni 2004
De Staatssecretaris van Financiën heeft een besluit genomen over de fiscale behandeling in de inkomstenbelasting van de werkruimte. De regelgeving over de werkruimte is gestroomlijnd en wordt per 1 januari 2005 van kracht. De Staatssecretaris geeft in het vraag- en antwoordbesluit de fiscale situatie per genoemde datum. Het besluit is te vinden onder de link: Besluit werkkamer.
(Besluit van 7 juni 2004, nummer CPP 2004/774M)
Percentage heffings- en invorderingsrente bij belastingen 3e kwartaal 2004 09 juni 2004
De Staatssecretaris van Financiën heeft op grond van de Regeling bekendmaking percentage heffings- en invorderingsrente bij belastingen het percentage voor het derde kwartaal 2004 gemeld. Het percentage is vastgesteld op 3,50 (eerste en tweede kwartaal 2004 idem). De regeling treedt in werking per 1 juli 2004.
(Besluit van 1 juni 2004, nummer WDB2004/310M, Staatscourant nummer 105)
Rugpijn geen fiscale pijn 09 juni 2004
Een belastingplichtige is jaar in jaar uit te laat met zijn aangiften inkomstenbelasting. Voor de aangifte IB 1999, geldt hetzelfde: hij reageert niet op aanmaningen en laat de termijnen ongebruikt verlopen. Hij loopt daardoor de fiscale pijn op in de vorm van een verzuimboete van fl. 2.500. Bij het Hof blijkt echter dat de man al twee eerder hernia-operaties heeft ondergaan en in februari 2000 door een plotselinge acute zeer pijnlijke hernia-aanval is getroffen. Deze laatste aanval maakte een derde hernia-operatie noodzakelijk. Tot de operatie in augustus 2000 (wachtlijsten !) wordt zijn hevige pijn bestreden met morfine-injecties. Het Hof vindt het aannemelijk dat hij o.a. door de morfine (verslavings- en gewenningsverschijnselen) niet in staat is geweest tijdig aangifte te doen. De belastingplichtige werd door de hernia-aanval dusdanig verrast, dat hij ook geen maatregelen kon nemen om de vereiste aangifte tijdig te doen. Het Hof vindt dit een geval waarbij het de belastingplichtige aan alle schuld heeft ontbroken en vernietigt daarom de boete. In dit geval leidt rugpijn dus niet tot fiscale pijn.
(Hof 's-Hertogenbosch, nummer 02.01434, 21 april 2004)
Wetsvoorstel vervroegde afschaffing SPAK ingetrokken 02 juni 2004
De SPAK is een korting voor werkgevers op de loonheffing van werknemers die niet meer verdienen dat 110,5% van het wettelijk minimumloon. In het regeerakkoord van het kabinet Balkenende II is opgenomen, dat de SPAK (Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen) per 1 juli 2006 wordt afgeschaft. Het kabinet had het voornemen om al per 1 juli aanstaande de SPAK af te schaffen om het begrotingstekort in 2004 beneden de 3% te brengen. Tijdens het plenaire debat met de Staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer op 25 mei 2004 een drietal moties ingediend om het wetsvoorstel in te trekken. De Kamer wil het nadeel voor de begroting opvangen door een tijdelijke verhoging van de WAO-premies. Het Kabinet is hiermee akkoord gegaan.
Het wetsvoorstel wordt daarom ingetrokken, de SPAK wordt per 1 juli 2006 afgeschaft (en dus niet per 1 juli 2004), de WAO-premie wordt per 1 juli 2004 verhoogd met 0,4% en per 1 januari 2005 met 0,2%.
(Brief aan de Tweede Kamer, 1 juni 2004, AFP 2004-00415)
Belastingdienst wordt (ook) Belastingdienst Toeslagen 01 juni 2004
Vanaf 1 januari 2006 gaat de Belastingdienst Toeslagen de huursubsidie, tegemoetkoming kinderopvang en zorgtoeslagen uitvoeren. Wie voor dit soort inkomensafhankelijke regelingen in aanmerking komt, kan dan bij één loket terecht. Het kabinet heeft ingestemd met het wetsvoorstel Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), waarin dit geregeld wordt. Het is efficient en klantvriendelijk om deze drie regelingen door één instantie te laten uitvoeren. Omdat de belastingdienst al beschikt over de inkomensgegevens en over een geavnceerd automatiseringssysteem, is de verwachting dat de dienst de grote aantallen gegevens kan koppelen en verwerken. Het niet-gebruik van de regelingen zal, naar verwachting, daardoor afnemen. Omdart de Awir zal werken met actuele inkomensgegevens, zal beter worden aansgesloten bij de feitelijke draagkracht. Nu wordt bij de regelingen nog gebruik gemaakt van gegevens uit het verleden.
(Persbericht Ministerraad, RVD, 28 mei 2004)
Belasting dit jaar veel later met aanslag 26 mei 2004
,,Ik krijg signalen dat de fiscus veel trager is dan anders en veel meer fouten maakt,'' zegt Dennis Vecht, adjunct-directeur van het CB. ,,Van leden en andere belastingorganisaties hoor ik dat er relatief veel foute aanslagen zijn en aanslagen die veel te laat komen of onvolledig zijn. Dat zijn geen incidenten meer, het komt in het hele land voor.''
Volgens Vecht zijn veel aanslagen over 2002 nog steeds niet afgerond. Een belastingbetaler uit de regio Haaglanden kreeg te horen: ,,Dat u uw aanslag 2002 nog niet heeft gekregen is niet uitzonderlijk. Het kan nog wel een aantal maanden duren, misschien wordt het wel volgend jaar.''
,,Die signalen komen mij niet onbekend voor,'' zegt Emiel Bunck van de Federatie van Belastingadviseurs (FB). ,,Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit een landelijk beeld is, dat vrij veel aanslagen 2002 nog niet zijn afgehandeld.''
De Belastingdienst Particulieren zelf ontkent dat er iets bijzonders aan de hand is. Marcel Homan: ,,Met voorlopige aanslagen 2004 liggen we praktisch op schema. Voor wat betreft de definitieve aanslagen 2002: de werkvoorraad op 1 mei is maar 20.000 groter dan vorig jaar. Ik kan u melden dat de definitieve aanslagen binnen een aantal maanden volledig zijn afgerond.''
Dat de afhandeling van bezwaren wel eens lang duurt, erkent Homan. ,,Daar hebben ze wel een puntje, daar zit een kern van waarheid in. Maar het heeft geen gevolgen voor de belastingplichtigen.''
Volgens Vecht is de fiscus 'reorganisatiemoe', is er een 'enorme' uitstroom van kennis en kwaliteit en neemt de belastingdienst te veel hooi op de vork. ,,Maar er zijn ook computerproblemen, het geld voor automatisering is op. Er zitten fouten in de programmatuur, de fiscus onderkent dat ook.''
Vecht: ,,Iedereen moet lang wachten. Het kan soms wel drie jaar duren. Mensen die moeten bijbetalen, krijgen dan ook nog heffingsrente aan de broek. Maar als mensen geld terug krijgen, moet de fiscus rente betalen. De risico's voor de belastingdienst geld te missen worden steeds groter.''
Ook als je kijkt naar de voorlopige aanslagen 2004, dan zijn er signalen dat de fiscus het niet aan kan, zegt Bunck. ,,En mensen die bezwaar hadden gemaakt tegen een aanslag kregen het bericht dat dit 'door omstandigheden' voorlopig niet kon worden afgehandeld.'' Vecht bevestigt dat. ,,Mensen die in januari een bezwaar hadden ingediend, kregen een brief van de fiscus dat het bezwaar pas in juni of juli in behandeling zou worden genomen.''
Volgens de fiscus is het geld voor automatisering niet op, zoals Vecht stelt. En het is Homan van de belastingdienst niet bekend dat er acute computerproblemen zijn. ,,Maar ja, er zijn 7,5 miljoen belastingplichtigen, het is heel simpel: er gaat altijd wel eens wat fout.''
Eerder had de fiscus al problemen met de aanslag successiebelasting. Mensen die belasting moesten betalen over een erfenis kregen ten onrechte een 'aanslag nihil.' De fiscus gaf toe, zo bleek uit een arrest van het Hof in Den Bosch, dat de aanslagen successierecht niet goed waren en het gevolg waren van computerproblemen.
De elektronische aangifte voor bedrijven moet op 1 januari starten, maar volgens Vecht is het nog maar de vraag of de fiscus dat haalt.
Door: Martin Voorn, Algemeen Dagblad, 26 mei 2004
Verkoopopbrengst van woning onder grondslag vermogensrendementsheffing 19 mei 2004
Op 13 mei 2001 koopt een mevrouw een appartement dat pas in 2002 gereed komt. Mevrouw verkoopt haar bestaande woning op 30 november 2001. Daardoor heeft zij op 31 december 2001 een banksaldo van ongeveer 120.000 euro (deels de verkoopopbrengst). Mevrouw had inlichten gevraagd en vragen gesteld aan de belastingtelefoon en medewerkers van de belastingdienst die haar verteld hebben, dat zij de verkoopopbrengst niet in box 3 hoefde aan te geven en ook niet in box 1. Toen zij daaraan twijfelde, meldde tenslotte de inspecteur dat de verkoopopbrengst wel degelijk in box 3 als grondslag voor de vermogensrendementsheffing moest worden meegenomen.
Mevrouw was het daar niet mee eens. Zij stelde in de procedure bij het Gerechtshof dat zij met betrekking tot de woning gedurende elf maanden belasting over het eigenwoningforfait was verschuldigd en dat zij diverse keren bij de belastingdienst had geïnformeerd om na te gaan of de verkoopopbrengst al dan niet in box 3 zou moeten worden meegenomen. Als zij geweten had dat die opbrengst in box 3 zou worden belast, zou zij de verkoop van haar woning op een later tijdstip hebben laten plaatsvinden in het jaar 2002.
Het Hof stelt voorop dat de opbrengst van de verkochte eigen woning terecht tot de tot de rendementsgrondslag in box 3 is gerekend. Hoewel mevrouw, zoals zij stelt, gedurende elf maanden over het eigenwoningforfait inkomstenbelasting is verschuldigd, brengt het forfaitaire karakter van de vermogensrendementsheffing met zich mee alle bezittingen in box 3 aanmerking worden genomen.
Mevrouw had ook nog een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel gezien de uitlatingen van de medewerkers van de belastingdienst. Het Hof beslist echter, dat een beroep op het vertrouwensbeginsel niet aan de orde kan komen. Het Hof sluit daarbij aan bij de bestaande jurisprudentie van de Hoge Raad, die regelmatig heeft beslist dat, wanneer het gaat om telefonisch bij de belastingdienst/belastingtelefoon ingewonnen inlichtingen, de inspecteur in de regel door onjuistheden of onvolledigheden in de (algemene) voorlichting niet gebonden is. Afwijking van die regel doet zich voor in situaties waarbij de belastingplichtige de onjuistheid of onvolledigheid niet had behoeven te beseffen en dat hij niet alleen de wettelijk verschuldigde belasting heeft te betalen, maar ook nog schade lijdt, omdat hij door de onjuiste of onvolledige voorlichting, enige handeling heeft verricht of nagelaten. Omdat mevrouw bij het Hof verklaarde, geen schade heeft geleden, kon het Hof een beroep op het vertrouwensbeginsel niet honoreren.
(Hof s-Gravenhage, 22 april 2004, nummer BK-03-01939)
Herinvesteringsreserve: vraag- en antwoordbesluit gepubliceerd 17 mei 2004
De directeur-generaal van de Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën een vraag- en antwoordbesluit gepubliceerd over de toepassing van de herinvesteringsreserve als bedoeld in artikel 3.54 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het 14-paginas tellende besluit is in een aantal rubrieken onderverdeeld (vorming en afboeking van de herinvesteringsreserve, boekwaarde-eis, eenzelfde economische functie, overheidsingrijpen en overige onderwerpen). In het besluit zijn tevens de vragen en antwoorden van een eerder besluit verwerkt (besluit van 6 maart 2003, nummer CPP 2002/1330M). Via deze link kunt u het besluit opvragen http://www.minfin.nl/CPP03-2004.DOC
(Ministerie van Financiën, Besluit van 10 mei 2004, nummer CPP 2003/2004M)
Belofte inspecteur over heffingsrente moet worden nagekomen 12 mei 2004
Om heffingsrente te besparen verzoekt eind december 2000 een buitenlandse vennootschap met een vaste inrichting in Nederland, de inspecteur haar zo spoedig mogelijk een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2000 op te leggen naar een belastbaar bedrag van fl. 500.000. De inspecteur belooft dat te doen, maar op 12 januari 2001 is de aanslag er nog niet. De vennootschap neemt contact op met de inspecteur, die dan belooft de aanslag op te leggen voor 10 februari 2001. Maar op 12 februari 2001 heeft de inspecteur nog steeds geen actie ondernomen en nog geen opdracht verzonden naar Apeldoorn om de aanslag te doen opleggen. Hij zegt echter de vennootschap toe, vanaf 10 februari 2001 geen heffingsrente in rekening te brengen. Administratief gezien moet deze procedure via het indienen van een bezwaarschrift lopen, omdat de computers (!) van de belastingdienst in Apeldoorn de toezegging anders niet kunnen verwerken. De vennootschap bevestigt vervolgens conform deze procedure de belofte van de inspecteur. Tot verbazing van de vennootschap en het Gerechtshof, honoreert de inspecteur zijn eigen toezegging niet en wel omdat die te zeer in strijd zou zijn met een juiste wetstoepassing. Nu de Staatssecretaris zich met betrekking tot de heffingsrente een matiging heeft veroorloofd (zie het Belsuit van 27 september 2000, CPP2000/1945M) moet ook de inspecteur zich aan zijn eigen woord houden en de heffingsrente matigen. Het Besluit van de Staatssecretaris geeft aan, dat in de gevallen waarin een belastingplichtige een duidelijk en volledig verzoek doet om een voorlopige aanlsag op te leggen, de heffingsrente wordt beperkt tot drie maanden.
(Gerechtshof Amsterdam, 17 maart 2004, nummer 03.01632)
Aanslag parkeerbelasting vernietigd door handelen gemeente 07 mei 2004
Voor het parkeren van haar auto in Amstelveen, heeft een mevrouw de parkeerbelasting voldaan voor de door haar voorzienbare parkeertijd. Op de terugweg naar haar auto wordt zij overvallen door buikkrampen, waardoor zij zich genoodzaakt ziet in een warenhuis een toilet te bezoeken. Daardoor komt zijn (een kwartier) te laat terug bij haar auto. Op de auto treft zij een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan. Mevrouw beroept zich op overmacht. Het Hof kent betekenis toe aan de gedragingen van de gemeente in deze beroepsprocedure en vindt ook dat sprake is van overmacht. De gemeente heeft het Hof en mevrouw geconfronteerd met een zeer chaotisch dossier, dat uiteindelijk pas in vijfde (!) instantie compleet is geworden. Daar komt nog bij dat beide vertegenwoordigers van de gemeente (los van elkaar) te laat ter zijn zitting verschenen, zonder dat zij daarvoor een reden geven. Volgens de gemeente moeten deze verzuimen zonder gevolgen blijven. Gezien het handelen van de gemeente vindt het Hof, dat het de gemeente had gepast ook het verzuim van mevrouw als een geval van overmacht aan te merken en dat zonder verdere gevolgen te laten. Hetgeen de gemeente heeft aangevoerd over het feit dat de vrouw ermee rekening had kunnen houden dat haar iets dergelijks zou kunnen overkomen (ze gebruikte medicijnen ter regulering van haar stoelgang) doet hieraan niet af. Gemeten naar de maatstaf die de gemeente voor zijn eigen handelen heeft aangelegd, rekent het Hof het mevrouw niet aan, dat de parkeertijd is overschreden. De opgelegde naheffingsaanslag wordt vernietigd en de gemeente Amstelveen moet het betaalde griffierecht van € 29 aan mevrouw vergoeden.
(Hof Amsterdam, 30 Maart 2004,nummer 02.06105)
Meer duidelijkheid VAR voor zelfstandigen 05 mei 2004
Het kabinet wil het zelfstandig ondernemerschap aantrekkelijker maken doordat in de toekomst de zelfstandige ondernemer en de opdrachtgever volledige rechtszekerheid kunnen ontlenen aan de zogeheten verklaring arbeidsrelatie (VAR). Als een zelfstandige ondernemer de VAR toont aan zijn opdrachtgever, hoeft die geen premies en belastingen af te dragen. Het kabinet heeft dit besloten op voorstel van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Wijn van Financiën. De aanpassing van de VAR geldt als de aanvrager van de verklaring ondernemer of directeur-grootaandeelhouder is. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan de kritiek die organisaties van zelfstandigen en hun adviseurs op de huidige statuts van de VAR hebben. Het bezit van deze verklaring geeft op dit moment de opdrachtgever namelijk niet de garantie dat hij achteraf geen belasting en premie moet betalen. Door de voorgestelde aanpassing krijgt hij de garantie wel. De zelfstandige die op basis van de verklaring werkt, heeft bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid geen recht op een WW- of WAO-uitkering.Om eventueel misbruik te voorkomen gaat de Belastingdienst de aanvragen voor een VAR zorgvuldig controleren en deze voor een jaar verstrekken; nu is dat nog twee jaar. De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.
Persbericht SZW, RVD, 29.04.2004 / 04/017
Afrondingssysteem BTW aangepakt. 04 mei 2004
In de supermarkten en de telecomsector zijn enkele ondernemingen eind 2003 bij het bepalen van de verschuldigde BTW, een voor hun voordelig afrondingssysteem gaan gebruiken, dat afwijkt van de algemeen aanvaarde en toegepaste rekenkundige afrondingsmethode. De Belastingdienst is met de afwijkende methode niet akkoord gegaan. Om negatieve uitstralingseffecten te voorkomen heeft de ministerraad ingestemd met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die regelt dat voor de bepaling van de verschuldigde BTW de rekenkundige methode moet worden toegepast. Deze methode houdt in dat bedragen op twee decimalen naar beneden of naar boven moeten worden afgerond op de dichtstbijzijnde cent: bedragen kleiner dan € 0,005 worden naar beneden afgerond en bedragen van € 0,005 of hoger naar boven. De AMvB gaat in op 1 juli 2004. Het conceptbesluit is aan de Raad van State gezonden voor advies. De tekst wordt openbaar bij publicatie in het Staatsblad.
Ministerie van Financiën, 29 april 2004, PERS/004/069
Mobiel bellend parkeren kost ook geld 29 april 2004
Een automobilist zette zijn auto met draaiende motor op een invalidenparkeerplaats om ongestoord een telefoongesprek te kunnen voeren. Twee gemeentelijke controleurs stuurden de man weg, waarop hij het gesprek voortzette op een gewone parkeerplaats. Hij betaalde geen parkeergeld, wat de gemeente ertoe bracht hem een naheffingsaanslag parkeerbelasting op te leggen. Daarmee was de beller het niet eens. Omdat de motor van de auto nog draaide en omdat er andere parkeervakken vrij waren stelde hij dat hij niet had geparkeerd. Hij had alleen maar stilgestaan om veilig in zijn auto te kunnen telefoneren. De rechter merkt op dat hij ook af had kunnen zien van telefoneren en dat parkeren volgens de gemeentelijke verordening inhoudt het gedurende enige tijd stilzetten van de auto anders dan voor in- en uitstappen of laden en lossen. Het bleef dus een duur telefoongesprek.
[Hof Arnhem, 18 maart 2004, nummer 03/01241]
Een tandarts heeft geen radardetector nodig 29 april 2004
Een inspecteur mag niet treden in het beleid van een ondernemer. Hij mag wel toetsen of kosten in redelijkheid wel ten behoeve van de onderneming worden gemaakt. De inspecteur van een tandarts met praktijk aan huis was van mening dat een radardetector geen enkel zakelijk belang diende. De tandarts vond van wel. Hij maakte de vergelijking met een autoradio, een tachograaf en een carkit. De kosten daarvan zijn immers wel aftrekbaar. Die vergelijking gaat mank. Een autoradio maakt deel uit van de auto en de carkit is een hulpstuk voor de mobiele telefoon. De kosten daarvan zijn wel aftrekbaar. De tandarts beriep zich ook nog op het Europese verdrag van de rechten van de mens. Het verbod op radardetectoren zou een schending zijn van de fundamentele vrijheden. Ook dat hielp hem niet. De rechter wees zijn beroep af.
[Hof Leeuwarden, 2 april 2004, nummer 2132.02]
Bedrijfsplan Belastingdienst 2004-2008 gepubliceerd 29 april 2004
De staatssecretaris van Financiën heeft op 22 april 2004 het bedrijfsplan van de Belastingdienst voor de korte en middellange termijn naar de Tweede Kamer gezonden. De Belastingdienst streeft ernaar om de massale gegevensverwerking zoveel mogelijk electronisch plaats te laten vinden. Vanaf 1 januari 2005 kunnen aangiften omzetbelasting uitsluitend nog elektronisch worden ingediend, voor de aangiften loonbelasting moet dat per 1 januari 2006 het geval zijn. Het papieren aangifteformulier voor ondernemers en vennootschappen heeft zijn langste tijd gehad. Met ingang van het belastingjaar 2004 zijn ondernemers verplicht om hun aangifte langs electronische weg in te dienen.
Van groot belang is de samenwerking tussen de Belastingdienst en het UWV. De inning van de premies voor werknemersverzekeringen wordt overgeheveld van het UWV naar de Belastingdienst. Voor ondernemers betekent dat een vermindering van de administratieve lasten. Voor Belastingdienst en UWV een zware verhuizingsoperatie.
De Belastingdienst is van plan het toezicht te verscherpen. Niet door meer mensen in te zetten, maar door een verbeterde risicoselectie. Het toezicht wordt verschoven naar de grootste risicos. Het invorderingsproces krijgt meer aandacht om te voorkomen dat belastingen en premies onbetaald blijven.
In het bedrijfsplan valt ook te lezen wat de Belastingdienst voor zichzelf wil bereiken: geen fouten maken, een goede dienstverlening, aanpakken van fraudeurs en trots op het eigen werk en de organisatie. De belastingbetaler mag ook wat verwachten: zorgvuldigheid, respect en gelijke behandeling, bescherming persoonlijke gegevens, goede voorlichting, korte behandelingstermijnen.
Het volledige bedrijfsplan is te vinden op de website van het Ministerie van Financiën www.minfin.nl.
[Bedrijfsplan Belastindienst 2004-2008, 22 april 2004, DGB2004-01979M]
In het plan wordt gemeld dat de Belastingdienst de handen vol zal hebben aan realisering van de plannen, en dat daardoor sommige nuttige en nodige zaken op een laag pitje blijven. De kwaliteit van de dienstverlening zal tijdelijk teruglopen. Het CB weet uit onderzoek bij de aangesloten belastingadviseurs dat de Belastingdienst veel fouten maakt en dat de telefonische bereikbaarheid van de ambtenaren zeer slecht is. Zo slecht dat de belastingdadviseurs veel meer tijd kwijt zijn aan contacten met de Belastingdienst dan nodig is. Het CB vindt een goed functionerende Belastingdienst van belang voor de maatschappij. Door enerzijds zeer ambitieuze doelen te stellen en anderzijds te bezuinigen op personeel en kosten neemt de staat het risico dat het functioneren van de Belastingdienst te ver terugloopt. In de praktijk is al een neergaande tendens voelbaar. Het is te hopen dat die neergaande tendens spoedig weer omhoog wordt gebogen. Het CB vreest echter dat de opwaartse lijn zal worden voorafgegaan door een verdergaande daling.
Een inlichting is maar een inlichting 16 april 2004
Een belegger die zelf zijn aangifte inkomstenbelasting over 2000 invulde had in de krant gelezen dat de kosten van een werkruimte aftrekbaar kunnen zijn. Hij was niet zeker van zijn zaak en belde de Belastingdienst met de vraag of dat klopte en hoe die regeling dan werkte. De dienstdoende ambtenaar rekende hem gedetailleerd voor hoe de aftrek berekend moest worden, maar ging niet in op de geldende voorwaarden. De inspecteur wijst de aftrekpost af omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Dat schiet de belegger in het verkeerde keelgat. Hij roept de rechter te hulp met het argument dat hij toch moet kunnen vertrouwen op de inlichtingen die de Belastingdienst hem geeft. De rechter legt hem uit dat een belastingplichtige alleen mag vertrouwen op toezeggingen die de Belastingdienst hem heeft gedaan nadat die inspecteur alle relevante informatie over het specifieke geval heeft kunnen beoordelen. In dit geval had de Belastingdienst alleen maar algemene inlichtingen gegeven. Daaraan is de inspecteur niet gebonden. Zijn aftrekpost bleef geschrapt.
[Hof Arnhem, 23 december 2003 nummer 03.00637]
Dezer dagen wordt de Belastingtelefoon veelvuldig gebeld. De bellers zullen zich niet altijd realiseren dat de Belastingdienst niet is gebonden aan een fout antwoord van de Belastingtelefoon. Bij meer complexe vragen of bij een groot financieel belang is het verstandig om een belastingadviseur te raadplegen. Daarmee worden teleurstellingen voorkomen, en een goede belastingadviseur behoedt zijn cliënt ook nog voor minder goede beslissingen.
Eén auto is geen auto
16 april 2004
Ondernemers die handelen in autos of die anderszins over meerdere autos kunnen beschikken moeten in principe een bedrag wegens privégebruik bij hun inkomen tellen voor elke auto waarover zij kunnen beschikken, daaronder begrepen de voorraadautos. Het feit dat die autos doorgaans alleen met een groen handelaarskenteken op de openbare weg mogen rijden is daarbij niet van belang. In de praktijk loopt het gelukkig zon vaart niet, maar bijtelling over meer dan een auto is goed mogelijk. In een procedure voor het Hof in Arnhem betoogde een garagehouder dat het met de bijtelling over een auto ter grootte van 20% van een gemiddelde catalogusprijs wel genoeg moest zijn, zeker omdat zijn echtgenote in privé beschikte over een auto. Het Hof meent echter dat bijtelling over twee autos gerechtvaardigd is. Het weegt mee dat voor geen van de (voorraad)autos een kilometeradministratie is bijgehouden en dat de echtgenote ook over voorraadautos kan beschikken. De garagehouder weet de schade nog iets te beperken doordat de bijtelling niet hoger hoeft te zijn dan de werkelijke kosten van de auto. Daarmee beperkt hij de bijtelling voor de tweede auto met 4.000 tot 5.000.
[Hof Arnhem, 30 januari 2004, nummer 03/2122]
Deze procedure gaat over het jaar 1996. Inmiddels is de regeling voor het privégebruik van (voorraad)autos vastgelegd in een Besluit van de Staatssecretaris. Daarnaast verschijnt jaarlijks een Besluit waarin de hoogte van de bijtelling voor diverse categorieën autos en voor diverse functiegroepen wordt vastgesteld. Autodealers die meer dan een gezinslid met een rijbewijs hebben moeten maatregelen nemen om te voorkomen dat voor ieder gezinslid een bijtelling wegens privégebruik van een auto moet worden gedaan.
Is electronisch aangifte doen riskant? 16 april 2004
Volgens de Belastingdienst hebben meer mensen dan ooit gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun aangifte inkomstenbelasting met het aangifteprogramma van de Belastingdienst in te vullen en in te sturen. De gegevens kunnen daardoor sneller en efficiënter worden verwerkt. Steeds meer aangiften worden volledig automatisch verwerkt. Alleen als de controleprogrammatuur van de Belastingdienst constateert dat er mogelijk iets niet in de haak is wordt de aangifte voorgelegd aan een levende ambtenaar. Maar wat nu als achteraf blijkt dat een volautomatisch opgelegde aanslag niet juist is? Mag de inspecteur daarop nog terugkomen? Soms wel. Hij moet dan wel beschikken over gegevens die hij eerder niet had en die hij redelijkerwijs niet eerder had hoeven hebben. Zijn dergelijke gegevens er niet, dan mag hij toch op een aanslag terugkomen als de belastingplichtige te kwader trouw is. Een inspecteur mag in het algemeen vertrouwen op de juistheid van de aangifte, hij zal dan ook niet iedere aangifte met argusogen bekijken.
Bij de invoering van de electronische verwerking van aangiften doemen nieuwe problemen op. Zo kan het gebeuren dat een inspecteur achteraf ziet dat een aangifte wel nader had moeten worden onderzocht. Een dergelijk geval werd onlangs voorgelegd aan de rechter. De belastingplichtige, een rijschoolhouder, had al jaren onenigheid met de Belastingdienst. Voor het jaar 1999 diende hij zijn aangifte in per diskette. Hij gaf zijn inkomen aan zonder rekening te houden met de andersluidende opvattingen van de inspecteur over voorgaande jaren. Dat scheelde ruim 25.000 aan inkomen. De aangifte werd volautomatisch afgehandeld zonder nader onderzoek en zonder correcties. Toen de inspecteur ontdekte dat te weinig belasting was geheven stuurde hij de rijschoolhouder een navorderingsaanslag. Dat vond de rijschoolhouder niet terecht. Hij had immers alle gegevens verstrekt en de inspecteur had die overgenomen. Uiteraard waren ook de bestaande meningsverschillen bekend. Te kwader trouw was hij ook niet, en daarmee is navordering van de baan. De inspecteur vroeg de rechter om clementie omdat hij moest wennen aan de nieuwe vormen van gegevensverwerking. Hij vroeg de rechter ook om de rijschoolhouder te veroordelen in de kosten van het geding (!), omdat die tegen beter weten in de procedure had doorgezet. Zover kwam het niet. De rijschoolhouder kreeg zijn gelijk: de inspecteur beschikte niet over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde en de rijschoolhouder was niet te kwader trouw.
[Hof Arnhem, 11 februari 2004, nummer 02/3277]
De rijschoolhouder kwam er heel goed af, maar er zijn gevallen denkbaar waarin dat anders kan zijn. Zeker als alle ondernemers in 2005 verplicht electronisch aangifte moeten doen zullen er meningsverschillen ontstaan tussen aangevers en de Belastingdienst over de vraag of al dan niet kan worden nagevorderd. Electronisch aangifte doen is niet riskant, maar de belastingbetaler wordt in sommige gevallen langer in onzekerheid gelaten dan nu het geval is. Toch heeft de electronische aangifte voordelen voor zowel de belastingplichtige als de Belastingdienst. Het lijkt erop dat de bij volledige invoering nog wel wat plooien moeten worden gladgestreken.
Heffing en inning premies sociale verzekeringen per 1 januari 2006 door de Belastingdienst 02 april 2004
De heffing en inning van de premies voor sociale verzekeringen worden per 1 januari 2006 overgeheveld van het UWV naar de Belastingdienst. Dat schrijft minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer. In april 2004 zal het wetsvoorstel financiering sociale verzekeringen (Wfsv) bij de Tweede Kamer worden ingediend. Deze wet beoogt een vereenvoudiging van de huidige processen van heffing en inning van premies en belastingen. Het voorstel is de heffing en inning van de premies voor de werknemersverzekeringen, die momenteel worden uitgevoerd door UWV, per 1 januari 2006 samen te voegen met die van de loonbelasting/premies volksverzekeringen, zoals die thans plaatsvinden door de Belastingdienst. De taken van UWV worden overgeheveld naar de Belastingdienst. Werkgevers kunnen dan bij één loket terecht, voor één gecombineerde aangifte loonbelasting en premies voor de volks- en werknemersverzekeringen. Daarnaast wordt in de brief gemeld, dat per 1 januari 2005 het nieuwe uniforme loonbegrip voor zowel de sociale verzekeringen als de loonheffing zal worden ingevoerd.
Dit wordt geregeld in de bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstellen administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten (Walvis) en de invoeringswet Walvis.
Ministerie van Sociale zaken, brief 30 maart 2004, Project Walvis.Sub.04.22268
Percentage heffings- en invorderingsrente bij belastingen 2e kwartaal 2004 24 maart 2004
De Staatssecretaris van Financiën heeft op grond van de Regeling bekendmaking percentage heffingsrente en invorderingsrente bij belastingen het percentage voor het tweede kwartaal 2004 gemeld. Het percentage is vastgesteld op 3,50 (eerste kwartaal 2004 idem).
Besluit van 25 februari 2004, nummer WDB2004/97M, Staatscourant nummer 56
Afronding onderhandelingen met Stichting Reprorecht 24 maart 2004
De onderhandelingen tussen Stichting Reprorecht, VNO-NCW en MKB-Nederland over de sinds 1 februari 2003 ook voor het bedrijfsleven geldende reprorechtregeling zijn afgerond. Na bemiddeling door de Minister van Justitie is overeenstemming bereikt over een systematiek voor de berekening en incasso van vergoedingen over de jaren 2003 tot en met 2005 voor het fotokopiëren van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Uitgangspunt voor de introductieregeling is een forfaitaire benadering (dus een vast bedrag per onderneming per jaar). De introductieregeling maakt onderscheid tussen een hoog en een laag gemiddeld reprorechtplichtig kopieergedrag. Op basis van dit onderscheid is een tarieftabel voor de jaren 2003, 2004 en 2005 ontwikkeld. In de tarieftabel is een zestal grootteklassen gedefinieerd. De CBS Standaard Bedrijfsindelingscode (SBI-code) van een onderneming bepaalt of het hoge of het lage tarief geldt.
De afspraak ziet er als volgt uit:
· Ondernemers zonder kopieerapparaat betalen niets;
· Ondernemers met minder dan 20 werknemers betalen jaarlijks ruim 15 euro;
· Ondernemingen met meer dan 20 werknemers betalen, in een systeem van 5 grootteklassen, 100 tot 2.900 euro;
· Ondernemingen met een hoog kopieergedrag in de grootteklassen betalen 150 tot 4.530 euro.
Ondernemingen die vinden dat de vergoeding op basis van de introductieregeling niet in redelijke verhouding staat tot hun feitelijk kopieergedrag moeten een individuele regeling treffen met de Stichting Reprorecht.
Incasso voor de jaren 2003 en 2004 zal via een eenmalige gecombineerde facturering in 2004 geschieden. Reeds gedane betalingen zullen daarmee worden verrekend.
Voor verdere informatie: www.reprorecht.nl
Is het kaal of kammen? (2) 24 maart 2004
Mannelijke kaalhoofdigheid is gewoon, daarom mocht een 63-jarige man de hoge kosten van zijn haartransplantatie niet aftrekken ( Netnieuws 16 mei 2002). Maar wat nu als de man 34 jaar is en de kaalheid mede het gevolg is van een eczeem? Dit slachtoffer meldde zich bij de rechter. Hij voerde aan dat de haartransplantatie plaatsvond op medische gronden en dat hij psychisch leed onder zijn haarloze hoofd. De rechter besliste dat ook voor een 34-jarige man kaalhoofdigheid niet ongewoon is en dat er geen medische noodzaak voor de haartransplantatie bestond. De verklaring van een huisarts dat hij achter de voorgenomen behandeling stond gaf geen medische noodzaak aan. Omdat bovendien van een psychisch lijden niets was gebleken greep de man naast de zo gewenste aftrek van € 6.319.
[Hof s-Hertogenbosch 19 februari 2004, nummer 01/01875]
Werk of vakantie? 24 maart 2004
Gezellig op vakantie en de fiscus mee laten betalen, dat willen we allemaal wel. En sommigen proberen dat ook, maar makkelijk is dat niet. Een werkgever moet loonbelasting inhouden en afdragen over het loon dat hij zijn werknemers betaalt. Dat loon kan in geld worden uitgekeerd, maar ook in natura. Als de werkgever een vakantiereis betaalt voor de werknemer, dan kan dat loon in natura zijn als de reis geen of een te gering zakelijk doel heeft. In de praktijk ontstaan dan ook regelmatig discussies tussen een werkgever die de reis erg zakelijk vindt en de inspecteur die in dezelfde reis geen zakelijke elementen kan ontdekken. Soms komt het tot een procedure.
Een bedrijf dat in computers handelt stuurt twee werknemers naar St. Maarten. De 7-daagse reis is georganiseerd door een belangrijke toeleverancier en moet mede worden gezien als een omzetbonus. De deelnemers krijgen op St. Maarten een aantrekkelijk programma voorgeschoteld. Er wordt gezeild, geborreld, gegeten en relaxed in diverse hotels op St. Maarten en Curacao. De werkgever is van mening dat de reizen zakelijk zijn. Het mag dan leuk zijn voor de werknemers, zij beschouwen het wel degelijk als werk. Zij moeten netwerken en het reisprogramma is daarop ingericht. Daarmee verdiepen zij de contacten en kan het bedrijf betere inkoopvoorwaarden bedingen, en dat is in het zakelijke belang van de onderneming. De inspecteur bestudeert het programma grondig en komt tot een heel andere conclusie: het is vrijwel helemaal ingericht op recreatie en ontspanning. De werkgever voert nog aan dat de werknemers verplicht waren de reis te maken, maar ook dat argument mag niet baten. Het Gerechtshof vindt de zakelijke aspecten van de reis te ondergeschikt en geeft de inspecteur gelijk: de werknemers hebben in de vorm van de reis loon in natura ontvangen. De werkgever had dus loonbelasting moeten inhouden en afdragen over de waarde van de reizen.
Maar wat is nu de waarde van dergelijke reizen? De partijen zijn het eens dat de prijs € 2.093 per persoon bedroeg. De werkgever vindt dat de werknemers gezien het zakelijke karakter van de reis zich niet vrij hebben gevoeld. De inspecteur en het Hof houden daarmee geen rekening. De waarde van de reis die moet worden belast wordt gesteld op de kostprijs.
Toch kwam de werkgever niet voor niets naar het Hof. De inspecteur was ervan uitgegaan dat de werkgever de werknemers een netto-voordeel had bezorgd door de verschuldigde belasting voor zijn rekening te nemen. De werkgever stelde dat hij de verschuldigde belasting nog bij zijn werknemers in rekening zou brengen. Dat mocht van de rechter. Daardoor was het voordeel van de werknemers en daarmee de door de werkgever verschuldigde belasting aanzienlijk lager. De boete bleef gehandhaafd.
[Hof Amsterdam, 22 januari 2004, nummer 02/04771]
Uit deze uitspraak blijkt dat werkgevers er goed aan doen eerst fiscaal advies in te winnen voordat zij hun personeel een zakenreis laten maken die mede een privékarakter heeft. De financiële gevolgen van een latere naheffing van loon- en/of omzetbelasting kunnen aanzienlijk zijn. Door een zorgvuldige afstemming van het programma van de reis, de voorwaarden waaronder wordt deelgenomen en eventueel vooraf overleg met de Belastingdienst zijn onaangename verrassingen te voorkomen.
Levensloopregeling, VUT en prepensioen 19 maart 2004
Staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de sociale partners tegemoet gekomen in de onderhandelingen over de nieuwe levensloopregeling en de bezuinigingen op de VUT en het prepensioen. Rutte wil werknemers de mogelijkheid bieden om de toekomstige levensloopregeling te gebruiken om eerder met pensioen te gaan. Via deze regeling mag jaarlijks twaalf procent van het bruto inkomen (tot een maximum van anderhalf maal het jaarsalaris) worden gespaard om onbetaald verlof te financieren. Met de nieuwe levensloopregeling mag men dan maximaal 2,1 jaar verlof opbouwen. Dat betekent dus dat werknemers kort voor ze 63 jaar worden, met vervroegd pensioen kunnen. In een eerder voorstel van het kabinet mochten mensen voorafgaand aan hun pensionering de regeling alleen gebruiken om met deeltijdpensioen te gaan.
Rutte wil het ook mogelijk maken dat mensen die lang hebben gewerkt meer pensioen opbouwen. Het extra opgebouwde pensioen kunnen mensen gebruiken om (eventueel in combinatie met de levensloopregeling) vóór hun 65e jaar te stoppen met werken. Mensen mogen jaarlijks twee procent van hun pensioen belastingvrij opbouwen. Daarvoor zou echter een maximum gelden van 70 procent van het laatst verdiende loon. Rutte wil dit maximum nu verhogen naar 100 procent van het laatst verdiende loon. Niet geheel duidelijk is, of Rutte dit met het Ministerie van Financiën heeft afgestemd. Tot slot wil Rutte de aangekondigde belastingheffing ineens over de VUT laten vervallen. Op welke manier de belasting over de VUT dan wel zal worden geregeld is echter nog niet bekend.
Persbericht Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 17 maart 2004
Administratie reiskostenvergoeding eenvoudiger 19 maart 2004
Staatssecretaris Wijn van Financiën geeft werkgevers de mogelijkheid om eenvoudig een vast bedrag te vergoeden voor reiskosten van werknemers voor woon-werkverkeer. De werkgever hoeft daardoor niet steeds declaraties te controleren. Hij mag bij een dag ziekte of verlof gewoon het vaste bedrag blijven vergoeden. Vanaf 1 januari 2004 geldt voor woon-werkverkeer een vergoeding van 18 eurocent per kilometer ongeacht de reisafstand. In 2003 kon de werkgever het woon-werkverkeer vergoeden via het zogenoemde reiskostenforfait. Voor afstanden tot 10 kilometer kon geen vrije vergoeding worden gegeven en voor afstanden boven 30 kilometer liet het forfait geen hogere vergoedingen meer toe.
De praktische oplossing die staatssecretaris Wijn geeft, gaat uit van het aantal reguliere werkdagen per jaar (260 dagen) verminderd met het gemiddelde aantal dagen voor vakantie, ziekte en verlof (54 dagen). Dit wordt vermenigvuldigd met de totale reisafstand (max. 150 km) van de werknemer en
daarna met de wettelijk toegestane kilometervergoeding van 18 eurocent. Zo wordt de vaste vrije vergoeding voor reiskosten op jaarbasis berekend.
Het besluit, waarin de goedkeuring van de staatssecretaris is opgenomen is te vinden onder http://www.minfin.nl/03-3015.doc
Besluit van 12 maart 2004, nummer CPP2003/3015M
Fiscale spam 04 maart 2004
Begin maart ontving een groot aantal e-mail adressen in ons land een e-mail bericht, waaruit zou blijken dat de aangifte 2003 niet behoeft te worden ingevuld. Tevens zou een ieder een aanslag krijgen van slechts 3%. Het bericht zinspeelde daarbij onder andere op het fiscale beleid dat ten aanzien van bepaalde groepen in onze samenleving zou gelden. De e-mail leek afkomstig van de Belastingtelefoon, maar was uiteraard een vervroegde 1-april grap. Omdat het telefoonnummer van de Belastingtelefoon in het bericht werd vermeld, ontving deze meer dan 10.000 telefoontjes. Belastingplichtigen wilden massaal weten wat het waarheidsgehalte van het bericht was. Zij werden allemaal teleurgesteld. Het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst doen op dit moment een onderzoek om te achterhalen, van wie het bericht afkomstig is.
Wetsvoorstel duidelijkheid VAR wordt voor 1 juli 2004 bij de Tweede Kamer ingediend 04 maart 2004
Voor 1 juli 2004 wordt er door Minister de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een wetsvoorstel ingediend, dat meer duidelijkheid moet verschaffen over de status van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) voor zelfstandigen zonder personeel (ZZPers) en hun opdrachtgevers. Het concept is op 13 februari 2004 verzonden naar het UWV, de IWI (Inspectie voor werk en inkomen) en Actal (Adviescollege toetsing administratieve lasten).
Hen is gevraagd voor 15 maart 2004 te reageren.
Het wetsvoorstel regelt dat de Verklaring ArbeidsRelatie (VAR) voor ZZPers (zelfstandigen zonder personeel; de opdrachtnemers) en hun opdrachtgevers vooraf volledige duidelijkheid zal verschaffen over de aan- of afwezigheid van verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen en inhoudingsplicht op grond van de Wet Loonbelasting 1964. Om deze zekerheid te verschaffen worden de rechtsgevolgen van de VAR uitgebreid. Het wetsvoorstel geeft zekerheid voor opdrachtgevers indien een opdrachtnemer een VAR kan overleggen. In dat geval wordt de opdrachtgever ter zake van die arbeidsverhouding niet aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonheffing en is er geen sprake van een verzekeringsplichtige arbeidsrelatie. Dit betekent dat de opdrachtnemer niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen en dat de opdrachtgever geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd is. Op dit moment wordt tevens door de Belastingdienst en het UWV gewerkt aan een uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de in- en uitvoering van de wetsvoorstellen. Daarbij gaat het om het uitbreiden van de beoordelingscriteria van de aanvraag, de organisatorische inrichting bij de Belastingdienst alsmede om de vraag hoe om te gaan met de risico's van misbruik en oneigenlijk gebruik.
kenmerk SOZA-03-249 en SOZA-03-501 SV/F&W/04/545
Laatste dag voor tijdige betaling van de aangiften LB/PH, OB/BPM in 2004 27 februari 2004
De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Inleiding
Artikel 19 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalt met betrekking tot de heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte de termijn waarbinnen de belasting aan de ontvanger moet zijn betaald. In het eerste lid van voormeld artikel is deze termijn gesteld op één maand na het einde van het tijdvak overeenkomstig de aangifte waarover belasting is verschuldigd. Overeenkomstig het vijfde lid van voormeld artikel is de Algemene termijnenwet niet van toepassing op deze termijn van één maand.
Vastgestelde data voor het jaar 2004
Onder verwijzing naar voormeld artikel zijn in onderstaande opgave de data vastgesteld waarop in het jaar 2004 nog tijdig kan worden betaald.
Deze opgaaf is gebaseerd op het tijdig voldoen van de aangiften Loonheffing, Omzetbelasting/Belastingen op Personenauto's en Motorrijwielen, Accijnzen en Verbruiksbelastingen.
Uiterste datum waarop de bijschrijving op de giro- of bankrekening van de eenheid moet hebben plaatsgevonden
Laatste betaaldag bij contante betaling op postkantoren (voor accijnzen GWK)
30 januari 2004
31 januari 2004
27 februari 2004
28 februari 2004
31 maart 2004
31 maart 2004
29 april 2004
29 april 2004
28 mei 2004
29 mei 2004
30 juni 2004
30 juni 2004
30 juli 2004
31 juli 2004
31 augustus 2004
31 augustus 2004
30 september 2004
30 september 2004
29 oktober 2004
30 oktober 2004
30 november 2004
30 november 2004
31 december 2004
31 december 2004
Besluit van 25 februari 2004, nr. CPP2004/382M
Parkeerautomaat klantvriendelijk ? 23 februari 2004
De gemeente Ede had destijds klantvriendelijke parkeerautomaten met een maximale parkeerduur van 30 minuten. Als tarief daarvoor gold fl. 1 (4 x fl. 0,25) parkeerbelasting. Er kon dus niet meer dan fl. 1 per keer parkeren betaald worden. Echter, bij deze parkeerautomaat kon niet alleen met kwartjes of guldens, maar ook met een rijksdaalder worden betaald (deze zaak speelt nog in het pré-euro tijdperk). Betaalde de parkeerder met een rijksdaalder, dan was hij een bedrag van fl. 1,50 kwijt omdat de parkeerautomaat niet kon wisselen ! De gemeente noemt dit systeem, waarbij met een rijksdaalder kon worden betaald zonder de mogelijkheid van teruggaaf, klantvriendelijkheid van de gemeente. Het gerechtshof te Arnhem geeft aan, dat de wijze waarop de onderhavige parkeerautomaat is ingericht en afgesteld aanleiding kan geven tot misverstand. Op grond daarvan vernietigt het Hof de naheffingsaanslag parkeerbelasting.
Hof Arnhem, 22 mei 2003, nummer 02/02759
Naheffingsaanslag parkeerbelasting verminderd met € 0,08 (!) 23 februari 2004
Ja, u leest het goed: het Hof te Amsterdam heeft een naheffingsaanslag parkeerbelasting, opgelegd door de gemeente Hilversum, met € 0,08 (acht eurocent !) verminderd. Dit is het gevolg van een bepaling in de Gemeentewet die voorschrijft, dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting dient te worden berekend over de parkeerduur van een uur (60 minuten), tenzij aannemelijk is, dat langer dan een uur is geparkeerd. Dit laatste was niet het geval, maar omdat de gemeente Hilversum in een tariefzone € 1,20 per 64 minuten berekende en dit in de verordening als zodanig had opgenomen, kwam zij met de naheffingsaanslag, die ook uitging van de vermelde 64 minuten, in strijd met de Gemeentewet !
Het Hof verminderde nauwkeurig de aanslag tot 60/64 maal € 1,20 is (afgerond) € 1,12, derhalve € 0,08 minder. Gelukkig zijn er bij de Hoven niet alleen juristen maar ook rekenmeesters.
Hof Amsterdam, 11 april 2003, nummer 02/05531
Verplichte elektronische aangifte voor ondernemers 23 februari 2004
Het kabinet gaat elektronische aangiften voor ondernemers verplicht stellen. Volgens het Kabinet maken de verplichte elektronische aangiften de werkprocessen bij de Belastingdienst, ondernemers en hun adviseurs efficiënter. De kans op fouten wordt veel kleiner en de verwerkingssnelheid van aangiften neemt naar verwachting toe. Elektronische aangiften leveren op termijn een bijdrage aan de vermindering van administratieve lasten. De Eerste Kamer heeft eind december 2003 met de plannen van het Kabinet ingestemd. Hierdoor wordt de verplichte elektronische aangifte voor ondernemers als volgt ingevoerd:
· aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting (winstaangifte): in 2005 over belastingjaar 2004 (dus voor de aangiften over het jaar 2004);
· aangiften omzetbelasting en opgaven intracommunautaire leveringen: vanaf belastingjaar 2005 (dus over tijdvakken vanaf 1 januari 2005);
· aangiften loonbelasting: vanaf belastingjaar 2006 (dus over tijdvakken vanaf 1 januari 2006).
De Belastingdienst voert overleg met softwareontwikkelaars over de mogelijkheid elektronisch aangeven in softwarepakketten op te nemen (bijvoorbeeld in salaris- of aangiftepakketten). Deze pakketten zullen de gebruiker optimaal kunnen ondersteunen bij het doen van de elektronische aangiften. Ondernemers die geen softwarepakketten gebruiken, zullen via de internetsite van de Belastingdienst aangifte kunnen doen.
Uitsluitend ondernemers die niet beschikken - ook niet via een accountant of belastingadviseur - over een computer en een internettoegang, kunnen in aanmerking komen voor een (tijdelijke) ontheffing. De exacte voorwaarden daarvan moeten nog worden vastgesteld.

|